Posts tonen met het label Hans Almekinders 75. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans Almekinders 75. Alle posts tonen

woensdag 17 oktober 2012

Johannes

Mijn eerste plan was om, bij het verjaardagsfeest van mijn vader, niet een kijkwijzer voor zijn werk te maken (zie voorgaande stukjes), maar om uit het Heilige Schrift voor te lezen over Johannes. Mijn vader is Nederlands Hervormd opgevoed, en zijn vader, mijn opa dus, las dagelijks aan tafel uit dat Boek voor; diezelfde opa heeft mijn vader Johannes (in de wandelgang: Hans) genoemd. Ik was benieuwd in hoeverre mijn vader de Johannes geworden is, over wie hij jaar in jaar uit aan tafel te horen kreeg. Zoiets heeft toch invloed, lijkt mij. Ik deed dat toch niet, dat voorlezen uit de Schrift, omdat mijn vader er destijds nooit echt van hield om naar te luisteren, aan tafel, of elders.

In het Heilige Schrift zijn twee Johannesen. Johannes de Doper, met wie het Lucas Evangelie begint, en Johannes de Evangelist, die een heel stuk van het Nieuwe Testament geschreven heeft. Ik heb nu Lucas, Marcus en een deel van Matteüs gelezen; mijn sympathie gaat nu - dit is een tussenstand - van de twee Johannesen uit naar Johannes de Doper. Johannes de Evangelist komt, net als de andere leerlingen van Jezus, niet erg intelligent of hartelijk over.

Net als mijn vader heeft Johannes de Doper een baard. En toen mijn vader de opdracht kreeg om één keer een kerkraam te maken - in Deinum, Friesland - van Johannes de Doper, beeldde hij die man, om hem beter van Jezus-met-de-manen te kunnen onderscheiden, kaal af. Net als hijzelf, eigenlijk. Mijn vader was toen ongeveer 30. Zo oud als Johannes de Doper was toen zijn hoofd op een schaal bij Herodes Antipas werd gebracht.

maandag 15 oktober 2012

wat bedoelt hij?

Oud-leerling Willem, die Hans' tentoonstelling gisteren opende, was goed in staat om de toeschouwers een visie te geven, waarmee ze naar de schilderijen en beelden konden kijken. Willem deed dat, als kwekeling van mijn vader, behoorlijk expressief en dat maakte het leuk om naar hem te luisteren. Misschien ook iets wat ik, als tamelijk expressief oud-kwekeling, van mijn vader geleerd heb.

Willem zei over Hans zijn onderwerpskeuze dat niemand hoefde te vragen: zeg Hans, wat bedoel je hier nou mee? Het is waar: mijn vader maakt duidelijke schilderijen. Je weet wat ze voorstellen. Maar daarmee weet je nog niet wat Hans eigenlijk bedoelt. Wat bedoelt Hans, als hij een naakte vrouw schildert of kleit? Wat bedoelt Hans, als hij een huis schildert, dat er rommeliger uitziet dan een nieuwbouwhuis?

Mijn vader verlangt in zijn schilderijen naar een overzichtelijke kleinschalige wereld. Waar de mensen zelf voor hun spulletjes kunnen zorgen, hun eten, hun huis, ... en wat is er verder eigenlijk nodig, voor mensen in die kleinschalige wereld? Nou ja, die naakte vrouwen dus. Die moeten ook nog ergens tussen die spulletjes passen.

zaterdag 13 oktober 2012

tweeëneenhalf

Zowel in zijn ruimtelijke werk als in de dingen die hij maakt die ingelijst kunnen worden, haalt mijn vader grapjes uit die je met een hele hoop fantasie misschien kubistisch zou kunnen noemen. Ik vermoed - want ik heb dit niet gecontroleerd - dat in elk werk wel een hoekje is dat niet precies zo eruit zou kunnen zien, in werkelijkheid, vanuit het standpunt van de kijker. Mijn vader geeft dan in de afbeelding misschien nog wat extra informatie, en het plaatje wordt daar ontegenzeggelijk interessanter van.

Het slaat nergens op om dat kubisme te noemen, want de kubisten zochten juist een extra dimensie, terwijl het lijkt alsof mijn vader drie dimensies al overdreven veel vindt. Hij maakt liever dingen die tweeëneenhalf dimensionaal zijn. Dus bijvoorbeeld een voorstelling met overwegend hoogte, breedte en diepte, maar hier en daar is expres de diepte vergeten.

Hij vergeet bijvoorbeeld het perspectief van de akkers die liggen voor de Marokkaanse stad die aan de horizon verschijnt (zie afbeelding). Vaak besteedt Hans opvallend veel aandacht aan een opdruk, een affiche of een tekst binnen de voorstelling. Of de achtergrond is plat en de voorgrond ruimtelijk. En dat is een gevaarlijk spelletje, want het kan zomaar een trucje worden. Maar dat gebeurt bij Hans eigenlijk nooit.

vrijdag 12 oktober 2012

strijd

Eerder schreef ik hier dat in mijn vaders werk een strijd geleverd wordt tussen de vlakken en de lijnen. Dat is nogal een cryptische tekst, die ik graag hieronder uitleg. Eerder ook hier, of op een van mijn hiervorige blogs, klaagde ik over mijn tekencrisis, en die ging precies hierover. Ik zag opeens in het werk van mijn vader dat daar de kiem gelegen heeft van mijn tekencrisis. Mijn vader zoekt óók naar een bevredigende oplossing voor het probleem van lijn en vlak, alleen hij raakt er, anders dan ik, niet van in een crisis.

In de wereld om ons heen zijn geen lijnen. Toch zal elke tekenaar, als hij probeert een afbeelding te maken van de wereld om hem heen, beginnen met lijnen te tekenen. Hij tekent om alles lijnen om. Om de vlakken heen die hij later zal inkleuren. En als hij met inkleuren klaar is, dan zijn de lijnen niet meer nodig. Maar die zijn dan ook heel erg moeilijk nog weg te krijgen, als het ingekleurde afbeelding eenmaal af is.

Ik vind het een raar en armoedig principe dat tekenaars eerst lijnen maken die er niet zijn, die daarna weer weggemoffeld moeten worden. Ik probeerde een manier van tekenen te ontwikkelen waarbij geen lijnen nodig zijn. Inmiddels heb ik die manier gevonden: in de moderne technologie (computers). Mijn vader niet. Maar hij zit er toch iets minder mee dan ik. Hij doet gewoon regelmatig creatieve dingen met de lijnen, die bij hem soms wel en soms niet ongeveer om de ingekleurde vlakken zichtbaar zijn.

donderdag 11 oktober 2012

spul

Hans Almekinders besteedt in zijn werk automatisch aandacht aan compositie. Ik geloof dat een vaste regel bij hem is dat het centrum van de aandacht van een schilderij - ik beperk me bij compositie even tot de schilderijen en het grafische werk - nooit precies in het midden van van het schilderij mag zitten. Symmetrie en puntsymmetrie zijn verboden. Zijn leerlingen weten dat ook. Het schijnt dat leerlingen elkaar ook verklikken, als ze een symmetrische compositie gemaakt hebben: 'kijk Hans, Carla doet de kerktoren in het midden, dat mag toch niet?'

En dan zijn kleuren. Herman Brood was kleurenblind; die zag dus niet welke kleuren hij gebruikte. Hans is volgens mij niet kleurenblind, maar in zijn werk heeft hij niet echt een voorkeur. Alle kleuren zijn goed bij Hans. Het experiment is om de walgelijkste kleuren samen te brengen en dan toch iets esthetisch te maken. Hans is van de oude school: kunst gaat wat hem betreft over esthetiek. En volgens die oude school is het de taak van de kunstenaar om de mensen die esthetiek aan te wijzen, op de plaatsen waar ze 'm niet verwachten. In een afgedankt bankgebouw bijvoorbeeld, waar zijn expositie plaatsvindt. Daar is zijn esthetische expositie.

Als Hans in een galerie het werk van zijn collega's bestudeert - of in een museum -, dan kijkt hij of het werk goed van spul is. Als het werk niet goed van spul is, dan is Hans zijn oordeel niet mild. Eigenlijk heeft hij dan geen zin meer om zich verder in het kunstwerk of in de kunstenaar te verdiepen. En goed van spul betekent: dat het materiaal zelf - de verf, het doek - in zijn textuur en plasticiteit de betekenis van de voorstelling versterkt. Goed van spul is de persoonlijke hand van de kunstenaar die te zien is in elk materieel detail. Daarom knapt mijn vader uiteindelijk af op grafiek; omdat er dan altijd een deel is overgenomen door een machine (de etspers, de rakel, etc).

woensdag 10 oktober 2012

klaarhangen

Het belangrijkste oeuvre van mijn vader hangt in Bussum niet aan de muur, of staat op een sokkel. Het belangrijkste oeuvre van mijn vader zijn zijn leerlingen, want in de eerste plaats is mijn vader docent. Net als ikzelf, overigens. Zijn leerlingen hebben ook een plek gekregen op de tentoonstelling; in de leerlingenhoek. En zijn leerlingen weerspiegelen wat hij voorleeft: een grote variëteit aan stijlen en technieken.

Mijn vader is ook mijn leraar. Eén keer heel concreet, toen hij mij - ik was toen acht jaar oud - meenam naar zijn les aan havo-5, de examenklas tekenen. Hij gaf les over perspectief en ik kon, net als de zestienjarigen om mij heen, óók de proefexamenopgaven maken. Verder was mijn vader mijn leraar door het kunstenaarschap voor te leven. De dingen die hem als beeldend kunstenaar bezighouden, die dingen houden mij ook bezig, als beeldend kunstenaar, zo ik een beeldend kunstenaar ben.

Wat ik maak bouwt altijd voort op wat hij maakte. Zijn beeldend oeuvre, het werk dus, dat nu in Bussum klaarhangt voor de opening volgende week, daarop ga ik verder. Zijn compositie, zijn kleur- en materiaalgebruik, de strijd die zijn vlakken leveren met zijn lijnen, zijn spel tussen de tweede en derde dimensie, zijn onderwerpskeuze, ... het zijn mijn compositie, mijn gebruik, mijn strijd, mijn spel, mijn keuze.

dinsdag 9 oktober 2012

reislustig

Wat ik van de kunstenaar die mijn vader is geërfd heb, is zijn rusteloosheid en het daarbij passende totale gebrek aan commercieel talent. Mijn vader hanteert vele stijlen, vele technieken, vele materialen, maar de meeste niet volledig. Hij begint ergens tamelijk nonchalant aan, als een nieuwsgierige amateur en is er vervolgens weer snel verveeld mee.

Ik herken die verveling; ik verveel me omdat de ingeslagen richting me bij nader inzien niet helemaal bevalt, maar ik verveel me óók uit een soort koudwatervrees: ik zie ertegenop om me in de nieuwe richting helemaal te verliezen. Ik zie om mij heen dat de (commercieel) succesvolle kunstenaars zich wel helemaal in iets helemaal kunnen verliezen.

Technieken en materialen waarin mijn vader zich niet helemaal verloren heeft zijn: zinksolderen, lithografie, etsen, keramiek, hout, brons, zeefdruk, kartondruk en al die andere experimenten die in Bussum getoond worden. Dit zijn allemaal reisjes die hij maakt (mijn vader is een tamelijk reislustig type) om daarna weer terug te keren bij - volgens mij - drie technieken die zijn hart gestolen hebben en waarmee hij zijn grenzen durft op te zoeken en waarmee hij zich echt kan uitdrukken. Die drie technieken zijn: aquarel, acryl en ready mades. De acryl en de ready mades zijn van de laatste twintig jaar. Ik geloof dat hij in aquarel, in acryl en in ready mades alles kan maken wat hij wil. Daarin is hij een meester.

maandag 8 oktober 2012

distantie

Volgende week opent de overzichtstentoonstelling met het oeuvre van mijn vader, die volgende week 75 wordt. Hij heeft de stukken die hij daar wil tonen zelf bijelkaar gezocht. Hij doet de expositie in zijn eigen galerie en hij schrijft zelf zijn biografie, die de bezoeker kan lezen, zodra hij de expositieruimte betreedt. Gisteren hielp ik hem om het werk dat hij uitgekozen heeft te transporteren en op te hangen of neer te zetten.

Ik weet niet of het handig is om de overzichtstentoonstelling van het oeuvre door de kunstenaar zelf te laten organiseren. Zo'n tentoonstelling zou het werk moeten duiden, en daarvoor is enige distantie nodig. Helaas is er niemand opgestaan om voor deze bijzondere gelegenheid die expositie voor hem te maken. Ik ook niet.

Ik ben toch een heel klein beetje de gastconservator geweest op de tentoonstelling. Mijn vader vroeg mij namelijk om een keus te maken uit ongeveer dertig ingelijste kartondrukken, en die op één wand op te hangen. Het ging om dertig - in min of meerdere mate ontklede - vrouwen. Mijn keus viel op de klunzigste. De vrouwen met te lange armen, ongelijke benen, wortelneuzen, vlekken op hun rug, horrelvoeten. Dat werk sprak mij, met enige distantie, het meeste aan.