Posts tonen met het label *kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *kunst. Alle posts tonen

donderdag 9 januari 2014

pauze

Vrij plotseling ben ik aan de slag gegaan als dagelijkse columnist voor De Waarheid, de interactieve opvolger van de grote communistische krant die in de Tweede Wereldoorlog opgericht werd. Ik vind het inmiddels leuk om te bloggen voor een organisatie en deze Waarheidszaak, die kan ik wel ondersteunen. Ik denk bovendien dat ik, omdat ik dan columnist ben, gemakkelijker aandacht kan vragen en krijgen voor mijn andere schrijfwerk. Dit blog (Merkwaardige Mening) was een experiment: ik probeerde ongebonden te zijn. Maar ongebonden is ook maar heel alleen.

Ik ben nog helemaal niet klaar met het recenseren van de Volkskrant van 2 en 3 november. Ik hou er niet van om dingen onafgemaakt te laten liggen, maar ik zou dit recenseren best even kunnen onderbreken omdat ik aan een ander experiment begin. Ik vind het niet erg als dit uitstel eventueel tot afstel leidt, hoewel ik liever het project wel afmaak, omdat ik blijf geloven dat in de afronding meerwaarde zit. Ik bedoel: het is gaaf om uiteindelijk echt de hele zaterdagkrant - alle katernen - gerecenseerd te hebben, om de monomane manier waarop ik daaraan op 2 november begonnen was.

Maar nu dus: pauze. Die pauze duurt, tot ik merk of het gepakt heeft, mijn nieuwe verbintenis met De Waarheid. De Waarheid is een krant die tot stand gebracht wordt door vrijwilligers. Er is dus een vrijwilliger die mijn stukjes plaatst. Die vrijwillige machine is nog niet helemaal soepel op gang gebracht. Maar ik blijf hoopvol. Intussen zijn de stukjes ook gewoon te lezen op mijn andere blog.

woensdag 30 oktober 2013

om te rijpen

Mijn 200 pagina's tellende autobiografie is bijna af, althans: de ruwe schets ervan, die ik dan laat liggen, om te rijpen. Het is best aardig hoor, wat ik gemaakt heb, maar mijn aandacht dwaalt alweer weg naar andere dingen. Naar de dingen die ik hierna kan gaan doen. Zo veel dingen!

Eén ervan is om een jeugdboek te schrijven, waarvan ik de synposis al zo goed als klaar heb. Dat boek moet af voordat Lucie in de puberteit komt, dus er is enige haast geboden. Een ander ding is dat ik een lesboekje zou moeten maken over ergonomie voor werktuigbouwkundigen; ik heb in mijn lessen allerlei theorieën verteld, die allemaal heel plausibel zijn, maar voorlopig alleen uit mijn mond. Als mijn mond ook nog via een boek spreekt, is dat een stuk geloofwaardiger.

Maar een knagende liefhebberij is om liedjes te maken. Ik zag net in een interview met Randy Newman (13'50") dat het wel helpt om kritsich te zijn op je eigen werk, maar ook weer niet teveel. Ik beschouw dat als een aanmoediging. Een aanmodiging om maar eens met een oud werkje te beginnen en dat op te nemen op mijn youtube-kanaal. Het is vrij naar een kinderboekje van Imme Dros: de ballon van Greetje.

zondag 20 oktober 2013

glamoereus

De glamoereuze filmversie van Brideshead Revisited uit 2008 is in één opzicht beter geslaagd dan de televisieserie uit 1981. Namelijk, dat in de film tijd wordt genomen om de vrolijke kant van de vriendschap tussen Charles Ryder en Sebastian Flyte te laten zien. Zodat de kijker weet dat ze het ook leuk hebben gehad, voordat het allemaal loodzwaar wordt.

Maar verder is de televisieserie, hoe traag en zwaar die ook is, in alle opzichten beter gelukt dan de film. Alle acteurs zijn beter gecast, zelfs Emma Thomson een minder geloofwaardige Lady Marchmain dan Claire Bloom en Michael Gambon een iets minder angstaanjagende Lord Marchmain dan Laurence Olivier. En ik houd van een geloofwaardige Lady en een angstaanjagende Lord, in Brideshead Revisited. Zoals ik ook houd van Jeremy Irons (Charles Ryder) die in een serie zowel een jonge stumper van twintig als een tobberige middelbare man kan neerzetten.

De film is een mislukking, bijvoorbeeld omdat hij glamoereus wil zijn, en het onderwerp bij uitstek niet glamoereus is. En omdat de filmmaker denkt dat het verhaal gaat over seks en over geld, terwijl het gaat over menselijk onvermogen. Ik zou een betere film maken, die zou heten Terug naar Baambrugge. Ik denk dat ik voldoende van de adel weet om niet zo'n middenklassefilm te maken als Brideshead Revisited.

woensdag 9 oktober 2013

BREINBAF

Onze digitenne stamt uit 2007, wat een museumstuk van 'm maakt, als iemand nog geïnteresseerd zou zijn in musea. Hij deed het alleen nog als we doodstil op de bank zaten, de ontvanger aan zijn draad over de tuindeur hing en de tulpstekker van het verlengsnoer van de draad precies klem gelegd werd onder de schotel op de kast waar de grote plant in zit. Als we thee gingen zetten bestond er kans dat het beeld, dat door de waterkoker uitviel, als de thee klaar was, niet meer terugkeerde, waardoor we alles opnieuw moesten aanzetten.

Begrijpelijk dat we niet zo veel televisie kijken. In plaats daarvan kijken we naar telvisieseries op dvd, die we lenen van vrienden en familie (hoewel dat helemaal niet mag, volgens de BREINBAF, naar geleende dvd's kijken. Dat is auterusrechtelijke diefstal!). De laatste die we keken was Brideshead Revisited, uit 1981.

Het is pure indoctrinatie, om avond aan avond, in totaal tientallen uren, in een televisieserie ondergedompeld te worden. Zeker in zo'n armzalige, lelijke serie als Brideshead. In 2008 is in hetzelfde kasteel een remake gemaakt, maar dan glamourous. Leent het onderwerp: je kunt Gods liefde alleen voelen als je ongelukkig bent, zich voor een glamourous verfilming? De film is wel al in huis; we zullen het snel ontdekken.

dinsdag 8 oktober 2013

autobiografie van iemand anders

Ik ben nu op pagina 143 van mijn eigen autobiografie; hierdoor heb ik 143 pagina's ervaring met het schrijven van een autobiografie. En die oefening helpt, want het lijkt alsof ik er steeds beter in word, in het schrijven van een autobiografie. Ik geloof ook, dat ik nog genoeg te vertellen heb om later nog eens een keer een autobiografie te schrijven, en dan bedoel ik weer mijn eigen autobiografie en dus niet de autobiografie van iemand anders. Zo'n interessant leven heb ik nou.

Ik schreef al eens eerder een tekst van ongeveer 50.000 woorden; daar was toen haast bij, want ik wilde 'm af hebben voor mijn dertigste verjaardag. Dat was geen autobiografie maar een soort detective; ik was alleen vergeten om van te voren na te denken over een plot, en dat plot kwam ook niet vanzelf toen het, na 40.000 woorden, wel eens tijd werd voor een plot. Ik heb die laatste 10.000 woorden nog wel opgeleverd, maar onbevredigend was het einde wel, voor wie de moeite genomen heeft om ze allemaal te lezen, die 50.000 woorden.

Nu heb ik wel een plot, want in mijn leven kun je zomaar plotten construeren. Al schrijvende probeer ik met voorvallen uit mijn leven dat plot zo krachtig mogelijk uit de verf te laten komen. Ik heb gemerkt dat zodra ik de dingen ga verzinnen en ze dus anders beschrijf dan hoe ik ze herinner, het niet werkt. Soms is het werkelijk gebeurde vreemd en onhandig binnen het plot, maar wel passender en veel interessanter.

maandag 7 oktober 2013

een tamelijk tragische figuur

Gerard Reve doet ergens nogal omstandig uit de doeken dat ware kunst altijd gebruik moet maken van kitsch; en dat hij dat dus doet, want hij maakt ware kunst.

Ik ben op dit moment ook bezig om ware kunst te maken; ik ben namelijk mijn autobiografie aan het schrijven, wat erop neerkomt dat ik een serie voorvallen uit mijn leven beschrijf die volgens mij vormend geweest zijn voor de ingenieur die ik geworden ben. Voorvallen die niets met mijn ingenieurschap te maken hebben, die laat ik weg. Ik vind de ingenieur een tamelijk tragische figuur; ik ben daarom geneigd om in mijn autobiografische verhaal te focussen op de nare, maar liever nog: op de gênante voorvallen. Ik hou zelf erg van boeken waarin de protagonist zichzelf door zijn eigen onhandigheid enorm vastdraait.

Nu ik bijna op driekwart ben, weet ik dat in elk hoofdstuk nog extra kitsch moet gaan toevoegen, om er ware kunst van te maken. En met ware kunst bedoel ik waarschijnlijk iets anders dan wat Reve bedoelde. Ik bedoel dat in het verhaal overal zichtbaar moet blijven dat mensen wel van elkaar houden en voor elkaar zorgen en over elkaar nadenken. Dat is ontroerend en hoopvol en daarom goed om te lezen.

dinsdag 24 september 2013

het nu van toen

Alleen in retrospectief kan ik de jaren negentig, de tijd waarin ik vooral een twintiger was, een klein beetje begrijpen. Het was de tijd waarin ik ervan overtuigd was dat de jaren zeventig, een periode die in het nu van toen echt ongelofelijk voorbij was, de lelijkste de lachwekkendste periode uit de wereldgeschiedenis was. Maar nu, in het nu van nu dus, en toevallig ook weer twintig jaar later, kan ik niet geloven dat ik destijds, in de jaren negentig, niet kon zien dat het juist dat decennium was, dat misschien niet het lachwekkendst, maar dan toch zeker wel het lelijkste was of all times.

Ik zag dat toen ik enkele dagen geleden op televisie naar The First Wives Club keek, een film uit 1996. Een typische drie-sterrenfilm: licht vermaak, amusante dialogen, acteurs die mogen schmieren. Maar allemachtig, wat ze áán hadden en vooral, hoe ze hun huizen inrichtten. De jaren zeventig is zoveel mooier en eleganter, alleen al omdat er een idee achter zat. Het idee van de jaren negentig lijkt te zijn geweest: de dure dingen er - ironisch - zo lelijk mogelijk uit laten zien. Een idee, dat eigenlijk door niemand begrepen werd.

Nee, dan de jaren tachtig. De avond na The First Wives Club zag ik Brideshead Revisited, de televisieserie uit 1981, in ongelofelijk grauwe kleuren, al het camerawerk, als het leven zelf van toen,  ontdaan van alle licht en lucht en perspectief. Zware jaren. Maar de ironie van die er tien jaar later aan toegevoegd was eigenlijk nog veel zwaarder.

dinsdag 17 september 2013

prof Ikbenzijnnaamvergeten

Ik geloof niet dat ik hier al een keer verteld heb hoe ik de SENSEO heb uitgevonden. In het allerkortst ging dat zo: doordat Freek de Jonge zich in de oudejaarsconference van ongeveer 1992, vanwege een uitschuifbaar maatschepje voor koffie, nogal neerbuigend had uitgelaten over Industrieel Ontwerpen, bedacht ik dat het thema voor het jaarboek van de studievereniging dat jaar in plaats van innovatie of milieu (duh) het uitschuifbare maatschepje voor koffie zou moeten zijn. In datzelfde jaarboek presenteerde prof Ikbenzijnnaamvergeten de trend dat dingen in steeds kleinere verpakkingen gingen en in datzelfde jaarboek adverteerden zowel Douwe Egberts als Philips. Ik bedoel maar.

De protagonist uit De100 jarige die uit het raam klom en verdween is een technicus met een tamelijk vlak gevoelsleven, die dankzij zijn explosievenmonomanie de hele twintigste eeuw naar zijn hand zet. Ik ga ervan uit dat het een mockumentaire is, en dat het niet echt gebeurd is. Dat ongeloof van mij komt niet zo zeer door alle toevalligheden in het boek, maar vooral door dat vlakke gevoelsleven.

Volgens mij heb ik bijvoorbeeld ook de mockumentaire uitgevonden; nog voor Woody Allen de film Zelig maakte had ik al een scriptie geschreven waarin ik aan de hand van gefakete dagboekbleden beschreef hoe mijn voorvader Marien Almekinders de Belgische revolutie van 1830 ontketende. Ik heb daarentegen een heel rijk gevoelsleven.

zondag 15 september 2013

of een gedachte

Tussen Zwolle en Amsterdam begon ik aan het boek dat me in de stationsboekwinkel het minste tegenstond: De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween. Ik ben nu over de helft op pagina 224, en nu begint het me tegen te staan. De protagonist heeft net tegen Stalin gezegd dat hij zijn snor zou moeten afscheren, nadat hij eerst alle andere grootheden tussen 1905 en 1953 op aarde het leven gered of op een ander briljant idee gebracht heeft. En in een andere verhaallijn, die nog niets met die grootheden te maken heeft, is hij inmiddels honderd jaar, nog even koelbloedig en nuchter, en bezorgt het toeval hem de ene koddige onsnapping na de andere geinige moord.

Ik geloof dat de filosofie van die boek is: als iedereen met elkaar veel borrels zou drinken, zou er niet zoveel ellende in de wereld zijn. En ook: in de twintigste eeuw werd iedereen in beslag volkomen genomen door de polarisatie tussen communisme en (noem het:) liberalisme, wat natuurlijk oliedom is, kijk maar hoe de protagonist steeds weer overal tussenuitknijpt en er nog onovertroffen veel succes mee heeft ook.

De 100-jarige vertegenwoordigt misschien de 21e eeuw? De 21e eeuw: een beetje klooien, een beetje zuipen, de boel de boel, zeggen wat er voor je mond komt, 'm smeren als het je niet meer bevalt, nergens in geloven en overal inzwijnen. Ik lees nog even door; misschien komt er nog een plot. Of een gedachte.

woensdag 24 juli 2013

jongensachtig lijf

Sinds ongeveer een maand zingen mijn kinderen en ik de versie van het smurfenlied die ik van mijn bewonderde neef leerde, toen ik zelf tien was. Dat lied gaat zo:
Vader Abraham (Rik): Kunnen jullie door een sleutelgat?
Smurfen (Jakob en Lucie): Ja, wij kunnen door een sleutelgat!
Vader Abraham (Rik): Kunnen jullie door een waterkraan?
Smurfen (Jakob en Lucie): Ja, wij kunnen door een waterkraan!
Vader Abraham (Rik): Zal ik jullie een liedje leren?
Smurfen (Jakob en Lucie): Nee ouwe lul, krijg toch de kolere! 
Samen: La-la-lalala-lala-lalala, la-la-lalala-lala-lalala, la-la-la.
La-la-lalala-lala-lalala, la-la-lalala-lala-lalala, la-la-la. 
En daarna is Lucie Vader Abraham en zijn Jakob en ik de smurfen. En zo voorts. Ook erg geschikt voor de polonaise.

Het knappe aan Vader Abraham vind ik de tijd die hij durft te nemen voor het geringe dat hij te vertellen heeft over de smurfen. Hij heeft echte aandacht voor de smurfen, die hij met een goed verzorgde, warme stem interviewt, zonder ergens neerbuigend te zijn. Hij heeft een grijze baard, maar een jongensachtig lijf in een strak gesneden pak. Ik denk dat Pierre Kartners succes en toekomstige erkenning voornamelijk komt door de congruentie die hij heeft ontworpen met deze Vader-Abrahamfiguur met bijvoorbeeld dat briljante cafélied van hem. (Pierre Kartner is niet dood, trouwens.)

En merkwaardigemening gaat op vakantie. Vermoedelijk is die vakantie op 5 augustus weer afgelopen. La-la-lalala-lala-lalala, la-la-lalala-lala-lalala, la-la-la. La-la-lalala-lala-lalala, la-la-lalala-lala-lalala, la-la-la!

dinsdag 23 juli 2013

herinnerheid

Gisteravond laat zond de rkk, de kerk met zendtijd, een documentaire uit over Michel van der Plas, die in de documentaire wel 85 was maar niet dood, maar die toevallig nu ik op internet kijk wel ongeveer gisteren overleden blijkt te zijn. Nou zeg, dat is ook slecht getimed: het was juist zo'n documentaire waardoor hij misschien wat meer zou worden herinnerd. Op een of andere manier leek hij ernaar te hunkeren om herinnerd te worden. Herinnerd zoals Annie MG Schmidt of zoals Sonneveld en Halsema. Dit rijtje staat op volgorde van herinnerheid.

Ik kan niet beoordelen of Michel van der Plas - wat mij betreft - een groot kunstenaar was, zoals ik Annie MG Schmidt en Wim Sonneveld grote kunstenaars vind. Ik ken zijn werk niet goed. Ik ben niet geneigd om zijn grote literaire werk, de biografie van Guido Gezelle, te lezen; ik kom al niet door de twintig pagina's dikke biografie die mijn opa over Guido Gezelle geschreven heeeft heen. Ik vind voor Haar niet - zoals Claudia de Breij zegt - het mooiste liedje uit de Nederlandse taal, hoewel best aardig, hoor. Zijn liedjes voor Sonneveld vind ik, hoewel ze altijd bij me zullen blijven, nogal hard van toon.

Michel van der Plas was vergeten om, zoals de kunstenaars die minder snel vergeten worden, van zichzelf ook een kunstwerk te maken. Ik denk dat erkenning geen voorwaarde is om gelukkig te kunnen zijn met je eigen kunstenaarschap. Maar als erkenning dat wel is, zoals dat voor Michel van der Plas wel het geval leek te zijn, dan is het handig om een toegankelijke en congruente vorm te vinden die jezelf volledig met je eigen werk verzoent. Dat is Michel van der Plas nooit gelukt.


maandag 24 juni 2013

of Rotterdam

Mijn kinderen krijgen dit voorjaar op school les over de Tweede Wereldoorlog. Mijn zoon, die niet leerplichtig is, zegt dat hij dat niet wil horen, omdat hij dat allemaal te zielig vindt. Als die oorlog ingezet wordt, verlaat hij het schoolgebouw, begeleid door zijn schaduw.

De Tweede Wereldoorlog, die is toch al best een tijdje geleden. Er zijn al bijna geen Tweede-Wereldoorlogoverlevers meer. Mijn ouders en hun generatiegenoten, die natuurlijk, en reken maar dat het traumatiserend was, voor die kinderen, terwijl ze nog geen tien waren, of net er overheen. Maar de mensen die ingrijpende beslissingen heben genomen om de wending ervan te bepalen, die zijn allemaal dood. Net als alle oorlogsslachtoffers: die zijn ook dood.

Mijn verdriet over de Tweede Wereldoorlog gaat nu niet over de slachtoffers, maar om het grote culturele verlies. Om de schoonheid die vernietigd is en die echt niet meer terugkomt. En ook om het uitwissen van de herinnering aan schoonheid, die direct na de oorlog overal is ingezet. Ik vind Rome, het resultaat van 2000 jaar heel langzaam bombarderen, de meest ontroerende plek ter wereld; Neurenberg (zie boven) in 1946 had evenzo ontroerend kunnen zijn, als die stad dat vreselijke Wirdschaftswunder bespaard gebleven was. Of Rotterdam.

dinsdag 7 mei 2013

S te at s

Via het tien uur journaal, dat tegenwoordig een avondvullend programma geworden is, omdat het ongemerkt overgaat in allerlei soorten televisie die vroeger nooit journaal genoemd werden, via het tien uur journaal dus, van gisteren, werd ik meegevoerd naar de prijsuitreiking van de Libris literatuurrpijs. Daar, via het tien uur journaal was ik inmiddels in het Amstelhotel, was de shortlist verzameld: vijf mannen en één vrouw. Er is al wat traditie met deze prijs. Dit is een mediaspectakel. Het lijkt alsof alle auteurs hiervoor hun eigen mediastrategie bedacht hebben. Ik denk dat ik Arnon Grunbergs mediastrategie de beste vind. Arnon Grunberg was er niet bij. Als hij er wel bij is - hij staat zeer vaak op shortlists - is hij beleefd en vormelijk.

Twee observaties:

Cultuur is zo Avro aan het worden. Zo rechts, zo voor de hogere middenklasse, zo burgerlijk (om dat onmogelijke woord maar eens te gebruiken). Het poenige Amstelhotel, de feestelijke dresscode, de muzikale omlijsting, de romantische camerabewegingen, de bekakte prietpraat van Arjan Peters over slechte boeken en de cynische horkerigheid van de laureaten en van de presentator, die alles al gezien heeft en alles al meegemaakt, maar nog steeds kan veinzen echt te genieten van hogere cultuur.

Dit decennium is het tijdvak van de rare letters. Liever geen schreefloze letter, maar juist met een schreef, en dan hoofd- en kleine letters door elkaar, maar zo, dat het oppervlakkig net lijkt alsof alles netjes in onderkast gezet is. Hier nog wat mogelijkheden:
Libris Literatuurprijs
Libris Literatuurprijs
Libris Literatuurprijs
Libris Literatuurprijs

woensdag 24 april 2013

plot

Ik heb hier niet kunnen schrijven, omdat ik al mijn vrije tijd nodig had om de Harry-Potterreeks uit te lezen. De Harry-Potterboeken gaan over onderwijs en in het bijzonder over een buitengewoon langdurig gevecht tegen een slecht systeem, waarin de hoofdpersoon meestal wordt bijgestaan door trouwe vrienden, maar - omdat het allemaal uitgesmeerd is over zeven boeken - waarin het hem ook enorm tegen zit. Naast het uitblijven van de lente was ook Harry Potter een veroorzaker van mijn overspannenheid. Harry komt nogal dichtbij.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details van de plot en/of de afloop van het verhaal.

Het loopt goed af, met Harry Potter. Ondanks dat alles erop blijft wijzen dat dat niet zo is, zeven boeken lang, gebeurt dat toch en dat is mogelijk geworden door de toverkunst, hoewel het eigenlijk amor vincit is, wat al het ongeloofwaardige geloofwaardig maakt. Aan het einde van de serie komt ook nog de 36-jarige Harry Potter in beeld - in 2017 dus, want Harry Potter is van 1981 -. Deze Harry is de (peet)vader van vier kinderen, die niet opvallend sympathiek overkomen. Hier staat de Britse adel hun kinderen uit te zwaaien op weg naar kostschool, maar welke Britse landjonker wordt zo vroeg vader als Harry Potter? En waarom? En wat doet deze bijna-veertiger verder? Niet voor de kost, maar dan tenminste als hobby? Ik ben daar benieuwd naar.

Ach, en Severus Sneep. Die een armoedige doodje sterft en die tenslotte dankzij zijn herinneringen - die Harry te zien krijgt in de hersenpan - Harry's hart zodanig weet te winnen dat Harry zijn zoon Severus noemt. De gekwelde acteur in de film (op youtube), krijgt ook een soort zachtheid in zijn gezicht.
Maar dat geldt ook voor Voldemort, in de film. In het boek sterft hij als een nachtkaars, na eerst duizenden bladzijden lang heel erg eng geweest te zijn. In de film is de acteur niet minder menselijk dan Sneep. Alleen een neus eraf is niet genoeg om oneindige liefdeloze wreedheid te schetsen.

dinsdag 26 maart 2013

nogmaals Jo Coenen

Het stukje dat ik schreef over Jo Coenen is een relatief populair stukje. Overigens ging het stukje nauwelijks over Jo Coenen, maar over de automatisering in een gebouw dat hij toevallig ontworpen heeft. Of toevallig, hoogstwaarschijnlijk was Jo Coenen tamelijk precies op de hoogte van de automatisering in zijn gebouw, tijdens het ontwerp.

Maar het opvallende vind ik dat er veel lezers vanaf de site van Jo Coenen (jocoenen.com) ('architects & urbanists') op mijn stukje terecht komen. Blijkbaar is (of was) er een verwijzing bij Jo naar mijn blog. Nu is het eerste kopje op de site JCAU (Jezus Christus! Au!) het kopje 'news'. En onder news vallen ook blogs. Zou ik misschien zomaar op Jo's site terecht zijn gekomen, door zijn naam te noemen in een blogje hier? Wow!

Dit is dus een test-stukje. Morgen kijk ik of dit stukje terug te vinden is op de nieuwssite van Jo Coenen. Yo, Jo! Ik vind de buitenkant van je kantoor op de Keizersgracht bestwel mooi! En het glaspaleis in Heerlen vind ik ook lief (maar dat was geloof ik een renovatie, of niet?).

maandag 18 maart 2013

aardappels zonder expressie

Toen ik in de hel van Jo Coenen was heb ik daar Spielbergs avonturenfilm Kuifje geleend, voor mezelf. Mijn kinderen zagen de vlammen op het hoesje en dachten dat het een enge film was. En daar hadden ze natuurlijk gelijk in: die boot in de woestijn, en het overhoop steken van al die piraten van Scharlaken Rackham, met die muziek erbij, dat is behoorlijk eng. Het is natuurlijk super dat in de bibliotheek allemaal films geleend kunnen worden, maar wegens het gratis lidmaatschap van mijn kinderen is mijn keuze beperkt.

Ik ben geen bewonderaar van Kuifje, maar ik ben er natuurlijk wel mee opgegroeid. Als je de jaren veertig tot midden zeventig wilt begrijpen, leze men Kuifje. Zoals men James Bond bekijke om alles na 1962 te begrijpen. Hergé's tekenstijl is helder en waarschijnlijk ook innovatief, want dat zeggen ze altijd; zijn plots vind ik nogal wisselend, maar ik hou wel weer van de slapstick. Van de vroege Kuifjes (Amerika, Afrika etc) vind ik de kleuren erg mooi.

Op het mini-beeldschermpje dat ik hier thuis heb (slechts 1.00 x 0,65 m) is Spielbergs actie nogal saai (een zwaardgevecht tussen twee havenkranen is best leuk bedacht, maar om dat dan ook te gaan animeren, sjonge, ...). En door de innovatieve animatietechniek heeft Kuifje opeens een boosaardige twinkeling in zijn ogen, terwijl Janssen, Jansen en Haddock aardappels zonder expressie geworden zijn. Spielbergs plots zijn nog slechter en slapstick kan hij niet goed. Er schijnt nog een Kuifje-film te komen.

donderdag 28 februari 2013

Nieuwe Amsterdamse School

Ik ben geen vormgever, en ik heb ook nooit als zodanig gewerkt. Of misschien heel eventjes: toen ik bij NOB-decors stageliep. Ik heb daar urenlang nagedacht over de detaillering van de presentatietafel van een televisieprogramma dat NOVA heette (lang, zeer lang geleden). Over de detaillering dacht ik na, omdat de hoofdvorm al vastlag; die was getekend door een van de sterontwerper van NOB-decors; ik ben zijn naam vergeten. Ik heb met de sterontwerper of met mijn collega's daar of zelfs in mij opleiding nooit gepraat over de betekenis van vorm. Misschien omdat vormgevers niet zulke praters zijn. Misschien ook omdat destijds - jaren negentig van de vorige eeuw - het niet paste om studenten te laten geloven dat vorm betekenis heeft.

Onderweg in de auto van Delft naar Middelburg bij mijn afstudeerbegeleider B, die een vormgever is, had ik het voor het eerst (en voor het laatst) over vorm en betekenis. B had zelf op een academie gestudeerd, waar school werd gemaakt. 'O, cool! School gemaakt! Dat klinkt goed!' zei ik enthousiast, maar B weersprak dat krachtig: 'Nee, een opleiding moet niet school maken. Je moet je eigen pad vinden.'

Nou, dat heb ik gedaan, Ik heb, in eenzaamheid, mijn eigen pad gevonden. En dat heeft verdomd lang geduurd, nondeju! Ik had het eigenlijk heel leuk en efficiënt gevonden als mijn docenten mij een zekere richting op geduwd hadden, waar ik in mee kon gaan, of me tegen verzetten. Nu ben ik zelf docent. En verantwoordelijk voor de nieuwe leerlijn vormgeving van de grootste vormgeversopleiding van Nederland. Ik zal eens school gaan maken! Let de komende dagen maar op.

maandag 25 februari 2013

Kemlaland

Ik heb het boek Vergeten Koninkrijken gekocht, van Norman Davies; 875 pagina's over Europese landen waar ik nog nooit van gehoord had: Polatsk, Etrurië, Bornholm,  Arpitanië en de Jagiellonische gebieden bijvoorbeeld. Landen met koningen en geschiedenis. En kaarten: merkwaardige grenzen die dwars over Europa kronkelden, waar nu Wit-Rusland, Italië, Denemarken, Zwitserland en nog een keer Wit-Rusland liggen. Er staan alleen helaas geen vlaggen in het boek. Toen ikzelf het land Kemlaland stichtte, waarvan ik de koning was, was mijn eerste maatregel toch: een vlag. Maar blijkbaar was ik een erg modern en verlicht heerser.

Davies behandelt elk land op dezelfde manier: eerst beschrijft hij hoe het toerisme er tegenwoordige georganiseerd is, waarbij hij vertelt over prachtige uitzichten en liedjes citeert die erover gezongen werden. Ik heb al erg veel uitzichten gelezen. Misschien ga ik binnenkort een uitzicht overslaan. Vervolgens vertelt hij, nogal kort, met tamelijk veel namen en jaartallen, de geschiedenis waarover het boek belooft te gaan. Ik heb nu twee middeleeuwse geschiedenissen gelezen, maar ik verwacht dat herlezing er niet toe leidt dat ik dan wel begrijp hoe dat nou zit met de keizers van het West-Romeinse Rijk, dat niet meer bestaat, maar die er nog wel zijn. En tenslotte beschrijft Davies welke herinnering er nog over is aan het zojuist beschreven koninkrijk, met tips voor toekomstige onderzoekers. Voor mij. Misschien vind ik dat de leukste stukjes.

Het nadeel van elke kunstvorm waaraan ik word blootgesteld, is dat ik onmiddellijk zelf ook zoiets wil maken. Als ik naar Veronica luister wil ik ook (weer) top-40 muziek maken. Als ik naar huizen kijk wil ik ook (weer) een huis bouwen. En nu wil ik ook (weer) 875 pagina's schrijven. Over techniekgeschiedenis, dacht ik. Bestaat zo'n boek al?

dinsdag 19 februari 2013

23 oktober 2015

Gerard Reve: 'Stel je voor, dat de kater niet bestond / Dan was alles nog veel erger / Dan zou je nooit een kater krijgen / Terwijl je die nu wel krijgt / ...' (Aan de schuine strepen kun je zien dat dit poëzie is: Gedicht voor Jan W Jonker uit Nader Tot U). Ik ben erg dol op de formulering, en ik doe tot mijn eigen tevredenheid, vergelijkbare, vaak nog kortere formuleringen. 'Wat zo onhandig is / Nu we geen krant hebben / Hebben we nooit een krant' (Poëzie: interpunctie ontbreekt; elke zin begint met een hoofdletter).

Heel soms is het onhandig om geen krant in huis te hebben. Als ik tegels wil zetten bijvoorbeeld, en ik de vloer wil beschermen tegen kledderige tegellijm, die van mijn opzetmes valt. Nadat ik al dit soort wrede antwoorden al getest heb op schuldeloze krantenuitdelers voor onze Albert Heijn en op de markt, rest mij niks meer dan compassie. Voor kranten.

Gisteren had ik wisselgeld nodig, dus kocht ik een krant (in en boekhandel: weer zo'n twintigste-eeuws concept): ik kocht NRC Next. Wat een moedeloos krantje. Nog vier maanden? En kort daarna zullen Het Parool en AD omvallen. De Telegraaf, die zal blijven. Trouw, De Volkskrant en NRC Handelblad zullen allemaal voor het laatste verschijnen op 23 oktober 2015.