Er is een nieuw woord in het hoger onderwijs, waarover ik probeer na te denken, zonder op voorhand te geloven dat het gebruikt zal worden manier om het docentvak uit te hollen, maar ook zonder me te verliezen in de hippe moderniteit van het idee: blended learning.
Iemand heeft bedacht dat wij, de groep docenten die gesubsidieerd mag nadenken over begeleiding, de implementatie van blended learning ook kunnen laten plaatsvinden. Voordat ik ga implementeren wil ik het eerst begrijpen, en ook begrijpen waarom juist de mensen die zich (gesubsidieerd) bezighouden met begeleiding dit moeten doen.
Blended learning lijkt te zijn: de contacturen die besteed worden aan instructie (hoorcolleges) vervangen door streaming video en docenten laten begeleiden. Daar dit 'm de adder onder het gras, waarschijnlijk: begeleiding is de toekomst, al het andere is ouderwets. Zou ik streaming video maken net zo leuk vinden als college geven? Zou kunnen, hoor.
Posts tonen met het label *onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *onderwijs. Alle posts tonen
maandag 30 september 2013
woensdag 25 september 2013
andere actualiteit
Wat geloof ik tamelijk uitzonderlijk is, is dat in ons gezin nooit muziek te horen is. Alleen in de auto, maar daarvan wordt het volume onmiddellijk op nul gedraaid zodra er - behalve de bestuurder - nog meer passagiers in zitten. Er zijn wel geluidsdragers in huis: honderden cd's, maar die zitten in een doos en zijn daar, in ieder geval door mij, sinds het vorige millennium niet meer uitgehaald. Sinds muziek de cloud is ingegaan neemt niemand hier meer de moeite voor al dat cultuurgoed. (Overigens: sinds foto's de cloud zijn ingegaan is er ook geen beleid meer op fotoalbums, of op het bewaren van deze herinneringen in het algemeen.)
Jakob en Lucie zitten sinds kort dan wel weer op pianoles en zijn in een productieve competitie verwikkeld wie het snelste door het eerste pianoboek heenkomt. Hun muzikale repertoire bestaat daardoor - op de valreep - uit: Toet toet taxi's en Old MacDonald speelt trompet.
Maar Jakob moet op school ook Nieuwsbegrip doen, een methode die leerlingen bewust moet maken van de actualiteit. En S, die hem op school begeleidt, stelde vast dat de actualiteit van Nieuwsbegrip een andere actualiteit is dan de actualiteit van ons gezin. Jakob weet bijvoorbeeld niet wie de winnaar is van The Voice. Of wat het lievelingsnummer van zijn favoriete band is. Hopelijk staan in het volgende pianoboek liedjes van The Voice.
Jakob en Lucie zitten sinds kort dan wel weer op pianoles en zijn in een productieve competitie verwikkeld wie het snelste door het eerste pianoboek heenkomt. Hun muzikale repertoire bestaat daardoor - op de valreep - uit: Toet toet taxi's en Old MacDonald speelt trompet.
Maar Jakob moet op school ook Nieuwsbegrip doen, een methode die leerlingen bewust moet maken van de actualiteit. En S, die hem op school begeleidt, stelde vast dat de actualiteit van Nieuwsbegrip een andere actualiteit is dan de actualiteit van ons gezin. Jakob weet bijvoorbeeld niet wie de winnaar is van The Voice. Of wat het lievelingsnummer van zijn favoriete band is. Hopelijk staan in het volgende pianoboek liedjes van The Voice.
woensdag 18 september 2013
het helaaste van alles
Ik heb vandaag propedeuse-certificaten uitgereikt. Mijn collega die het georganiseerd had nodigde de studiebegeleiders uit om iets treffends en vriendelijks te zeggen over de gediplomeerden. En ik ben een van die studiebegeleiders; ik mocht dus in die rol publiekelijk mijn eigen studenten als eerste feliciteren.
Ik heb inmiddels geleerd dat ik dat niet onvoorbereid moet doen. Onvoorbereid pakt dat trouwens meestal best memorabel uit, wat ik daar dan, voor de vuist weg, bij mekaar ouwehoer, maar er is ook een risico dat de dingen die ik zo treffend te berde breng niet erg vriendelijk zijn, of misschien zelfs per ongeluk over een andere student gaan dan degene die ik sta te feliciteren (of over mezelf). Sinds enkele van zulke flaters bereid ik me dus voor.
En dan blijkt het treffende minder belangrijk dan het vriendelijke. Helaas gaat het vriendelijke niet zonder het treffende. En helaas is de gewoonte bij mijn opleiding om bij de propedeuse-uitreiking alleen de studenten toe te spreken die in één jaar hun propedeuse gehaald hebben. En helaas zijn de studenten die dat voor elkaar krijgen vaak net een fractie moeilijker te treffen dan degenen die er langer over doen. En helaas, misschien is dat wel het helaaste van alles, ben ik daar te midden van technici, die gewoon niet zo erg van taal houden.
Ik heb inmiddels geleerd dat ik dat niet onvoorbereid moet doen. Onvoorbereid pakt dat trouwens meestal best memorabel uit, wat ik daar dan, voor de vuist weg, bij mekaar ouwehoer, maar er is ook een risico dat de dingen die ik zo treffend te berde breng niet erg vriendelijk zijn, of misschien zelfs per ongeluk over een andere student gaan dan degene die ik sta te feliciteren (of over mezelf). Sinds enkele van zulke flaters bereid ik me dus voor.
En dan blijkt het treffende minder belangrijk dan het vriendelijke. Helaas gaat het vriendelijke niet zonder het treffende. En helaas is de gewoonte bij mijn opleiding om bij de propedeuse-uitreiking alleen de studenten toe te spreken die in één jaar hun propedeuse gehaald hebben. En helaas zijn de studenten die dat voor elkaar krijgen vaak net een fractie moeilijker te treffen dan degenen die er langer over doen. En helaas, misschien is dat wel het helaaste van alles, ben ik daar te midden van technici, die gewoon niet zo erg van taal houden.
zaterdag 6 juli 2013
voorbij
Die stukjes van deze week, over ontwerpgeschiedenis, die schreef ik, omdat ik na de zomervakantie aan werktuigbouwers zal gaan lesgeven over vormgeving. En op mijn verzoek hoort bij dat vak ook techniek- en designgeschiedenis. Het ontwikkelteam van het vak, dat ik dus ga doceren, bedacht dat het onderdeel techniek- en designgeschiedenis het beste vormgegeven zou kunnen worden met zelfgemaakte filmpjes over dat onderwerp, waarin steeds in vijf minuten twintig jaar twintigste eeuw behandeld wordt.
Dus ik dacht: kom, laat ik die filmpjes eens gaan maken. Ik hou van filmpjes maken, en ik fris er meteen mijn beeld van de geschiedenis mee op. Zodoende kwam ik er bijvoorbeeld achter dat er al twee keer twinig jaar verstreken is sinds de jaren zeventig voorbij zijn. En dat is ongeveer de laatste periode waarover ik iets zinnigs te zeggen heb. Maar sinds gisteren en eergisteren begin ik ook een beeld te krijgen van de laatste veertig jaar. Belangrijkste beeld is, dat het voorbij is.
Ik meen me te herinneren dat het geschiedenisboek dat wij op de middelbare school gebruikten geschreven was door Jan Romein, die, als marxist, altijd economische verklaringen zocht voor voorvallen in de geschiedenis. Ik ben ook geneigd om dat bij designgeschiedenis te doen. En door die clusters van twintig jaar zag ik opeens de twintigste eeuw geworsteld heeft om de idealen van de Franse Revolutie vorm te geven. Bloeitijd van het broederschapsideaal: vlakvoor de Blitzkrieg in 1939. Bloeitijd van het gelijkheidsideaal: bij de communistische overwinning in Indochina in 1975. Bloeitijd van het vrijheidideaal: vlak voor de aanslag op de Twin Towers in New York in 2001. Sindsdien weet niemand meer hoe het verder moet.
Dus ik dacht: kom, laat ik die filmpjes eens gaan maken. Ik hou van filmpjes maken, en ik fris er meteen mijn beeld van de geschiedenis mee op. Zodoende kwam ik er bijvoorbeeld achter dat er al twee keer twinig jaar verstreken is sinds de jaren zeventig voorbij zijn. En dat is ongeveer de laatste periode waarover ik iets zinnigs te zeggen heb. Maar sinds gisteren en eergisteren begin ik ook een beeld te krijgen van de laatste veertig jaar. Belangrijkste beeld is, dat het voorbij is.
Ik meen me te herinneren dat het geschiedenisboek dat wij op de middelbare school gebruikten geschreven was door Jan Romein, die, als marxist, altijd economische verklaringen zocht voor voorvallen in de geschiedenis. Ik ben ook geneigd om dat bij designgeschiedenis te doen. En door die clusters van twintig jaar zag ik opeens de twintigste eeuw geworsteld heeft om de idealen van de Franse Revolutie vorm te geven. Bloeitijd van het broederschapsideaal: vlakvoor de Blitzkrieg in 1939. Bloeitijd van het gelijkheidsideaal: bij de communistische overwinning in Indochina in 1975. Bloeitijd van het vrijheidideaal: vlak voor de aanslag op de Twin Towers in New York in 2001. Sindsdien weet niemand meer hoe het verder moet.
donderdag 13 juni 2013
prettige escape
Een collega vertelde dat hij was gebeld door een werktuigbouwkundig bedrijf met de vraag of we nog gesjeesde studenten hadden. Dit bedrijf had in het bijzonder belangstelling voor gesjeesde studenten werktuigbouwkunde. En ik kan me die goed voorstellen, die belangstelling voor gesjeesde studenten werktuigbouwkunde. Gesjeesde studenten werktuigbouwkunde kunnen niet heel veel andere kanten op dan naar een werktuigbouwkundig bedrijf, om te hopen dat ze daar klusjes mogen opknappen. Gesjeesde studenten werktuigbouwkunde zullen ook niet al te veel spatjes hebben, en de werktuigbouwkundige bedrijven weten ook dat dit mensen zijn die ooit belangstelling hadden voor hun vak. En een beetje belangstelling is meegenomen, nu er 75.000 onvervulde vacatures dreigen in het werktuigbouwkundige bedrijfsleven.
Ja, zo'n lijstje kan ik wel maken. Dit jaar bijvoorbeeld: JS, PM, KH, RV, KdJ, en nog tientallen. Misschien wel honderd. Ik weet eigenlijk niet waar ze gebleven zijn. Maar ik zou het ze kunnen vragen. Ik heb hun telefoonnummers.
In het wetten voor het hoger onderwijs schijnt de associatie degree te bestaan, maar het lijkt erop dat het hoger onderwijs zelf in die associatie degree iets minder belangstelling heeft. De associatie degree is (bijvoorbeeld, want heel precies ken ik de associate degree niet) een tweejarige hbo-opleiding die al tot een diploma leidt. Dat diploma heet dus een associate degree. Dat is sjezen met een diploma. Misschien niet precies waar het bedrijfsleven op zit te wachten, maar voor de studenten bij studierichtingen met een dramatisch studiesucces misschien een heel prettige escape.
Ja, zo'n lijstje kan ik wel maken. Dit jaar bijvoorbeeld: JS, PM, KH, RV, KdJ, en nog tientallen. Misschien wel honderd. Ik weet eigenlijk niet waar ze gebleven zijn. Maar ik zou het ze kunnen vragen. Ik heb hun telefoonnummers.
In het wetten voor het hoger onderwijs schijnt de associatie degree te bestaan, maar het lijkt erop dat het hoger onderwijs zelf in die associatie degree iets minder belangstelling heeft. De associatie degree is (bijvoorbeeld, want heel precies ken ik de associate degree niet) een tweejarige hbo-opleiding die al tot een diploma leidt. Dat diploma heet dus een associate degree. Dat is sjezen met een diploma. Misschien niet precies waar het bedrijfsleven op zit te wachten, maar voor de studenten bij studierichtingen met een dramatisch studiesucces misschien een heel prettige escape.
zondag 9 juni 2013
gekantbankt
Volgend schooljaar, en dat is, de zomervakantie niet meegerekend, over vier weken, is het nobele werktuigbouwkunde, op de HvA vermomd als ED&I, gefuseerd met de kapitalisten van Product Design. Het zij zo. Ook ik ben zijdelings ook wel bij deze fusie betrokken, maar toch alleen maar een beetje. Mijn opdracht is om met enkele collega's na te denken over het tekenonderwijs in het eerste jaar. Die opdracht is vermoedelijk aan mij verstrekt, omdat ik bij ons wel eens tekenles gegeven heb.
Tekenen is toch wel het hart van het vak. Met de computer gemodelleerde ontwerpen (CAD) kunnen direct door allerlei machines opgehoest worden (geCAMd): gefreesd, gelasersnijd, gekantbankt, ... ja, en ook geprint. En meestal pas tijdens het tekenen worden de werktuigbouwkundige problemen gezien en opgelost. Tekenen, zelfs computertekenen, is embodied design. Daar is tie weer.
Enkele van mijn collega-tekendocenten zijn praktijkdocent. Een praktijkdocent is iemand die lesgeeft in een praktijkvak. Praktijkdocenten zitten in een aanmerkelijk lagere salarisschaal dan de docenten. Ik vind het tamelijk eervol om plotseling met de echte embodied werktuigbouwers te mogen meedoen. Of zou ik pas echt mogen meedoen als ik een deel van mijn salaris inlever?
Tekenen is toch wel het hart van het vak. Met de computer gemodelleerde ontwerpen (CAD) kunnen direct door allerlei machines opgehoest worden (geCAMd): gefreesd, gelasersnijd, gekantbankt, ... ja, en ook geprint. En meestal pas tijdens het tekenen worden de werktuigbouwkundige problemen gezien en opgelost. Tekenen, zelfs computertekenen, is embodied design. Daar is tie weer.
Enkele van mijn collega-tekendocenten zijn praktijkdocent. Een praktijkdocent is iemand die lesgeeft in een praktijkvak. Praktijkdocenten zitten in een aanmerkelijk lagere salarisschaal dan de docenten. Ik vind het tamelijk eervol om plotseling met de echte embodied werktuigbouwers te mogen meedoen. Of zou ik pas echt mogen meedoen als ik een deel van mijn salaris inlever?
vrijdag 7 juni 2013
zo gaat dat in het hbo
Ik ben op dit moment verslagen aan het nakijken die tweedejaars studenten gemaakt hebben voor een vak dat ik heb overgenomen van een zieke collega: ergonomie. Die verslagen liggen op een stapel voor me; ik blader er wat in, ik zie in anderhalve oogopslag wat voor cijfer dit ongeveer waard is. En terwijl ik feedback schrijf, mijmer ik nog wat over wat ik allemaal kan zeggen over het ingeleverde verslag. Ik vind dat ik het netjes gedaan heb, maar wettelijk verantwoord is het vast niet. Aldus:
Ik kreeg een dik verslag van je dat eruit ziet als een technisch tekenpakket. Toen ik erin ging bladeren zag ik dat het met veel ijver was gemaakt. Het is handiger om, als je een leesverslag inlevert, voor een andere vormgeving te kiezen. Je spreekt in het verslag regelmatig over WE, maar alleen jouw naam staat op het verslag. Heb je dit alleen gedaan? Ik heb allereerst opdracht 3 bestudeerd, waarin je in een klein lettertype interessante waarneming beschrijft. En afrondt met een reflectieve conclusie. Je krijgt hiervoor een 8.
Opdracht 2: Je kiest voor een heel eigen, intelligente aanpak om meer informatie in te winnen en je gaat niet meteen als een wildeman ontwerpen. Ik vind je concepten vervolgens wel erg mager gepresenteerd. Je moet je realiseren dat om te beoordelen of de informationele ergonomie werkt, je zicht moet hebben op de details daarvan. Die zijn er niet, in jouw concepten. Ook in het eindresultaat is dat maar lastig echt goed te doorgronden. Dit is desalniettemin, vooral vanwege het vooronderzoek, een 7 waard.
Opdracht 1: Je lijkt het aangepakt te hebben op de manier waarop docent X het hebben wilde. Dat is een degelijk recept, dat je volgens mij ook tamelijk nauwkeurig gevolgd hebt. Ik begrijp niet helemaal waarom je de bestuurder een kip in zijn auto laat tillen. Ik vind bij onderzoek de conclusie erg belangrijk, maar jouw conclusie ziet er meer uit als een voorwoord: je vertelt heel licht over wat je gaat doen (alsof dat nog moet gebeuren), maar je vergeet om iets te concluderen. Ik vind dit het zwakste deel van je werk en geef je een 6,5
Samen wordt je cijfer hierdoor een 6,8
RIK
Ik kreeg een dik verslag van je dat eruit ziet als een technisch tekenpakket. Toen ik erin ging bladeren zag ik dat het met veel ijver was gemaakt. Het is handiger om, als je een leesverslag inlevert, voor een andere vormgeving te kiezen. Je spreekt in het verslag regelmatig over WE, maar alleen jouw naam staat op het verslag. Heb je dit alleen gedaan? Ik heb allereerst opdracht 3 bestudeerd, waarin je in een klein lettertype interessante waarneming beschrijft. En afrondt met een reflectieve conclusie. Je krijgt hiervoor een 8.
Opdracht 2: Je kiest voor een heel eigen, intelligente aanpak om meer informatie in te winnen en je gaat niet meteen als een wildeman ontwerpen. Ik vind je concepten vervolgens wel erg mager gepresenteerd. Je moet je realiseren dat om te beoordelen of de informationele ergonomie werkt, je zicht moet hebben op de details daarvan. Die zijn er niet, in jouw concepten. Ook in het eindresultaat is dat maar lastig echt goed te doorgronden. Dit is desalniettemin, vooral vanwege het vooronderzoek, een 7 waard.
Opdracht 1: Je lijkt het aangepakt te hebben op de manier waarop docent X het hebben wilde. Dat is een degelijk recept, dat je volgens mij ook tamelijk nauwkeurig gevolgd hebt. Ik begrijp niet helemaal waarom je de bestuurder een kip in zijn auto laat tillen. Ik vind bij onderzoek de conclusie erg belangrijk, maar jouw conclusie ziet er meer uit als een voorwoord: je vertelt heel licht over wat je gaat doen (alsof dat nog moet gebeuren), maar je vergeet om iets te concluderen. Ik vind dit het zwakste deel van je werk en geef je een 6,5
Samen wordt je cijfer hierdoor een 6,8
RIK
vrijdag 24 mei 2013
vrije tijd
De opleidingen van het domein Techniek van de HvA, waar ik dus werk dus, willen hun studenten graag goed begeleiden. Begeleiden van, luisteren naar en aandacht geven aan studenten betaalt zich niet meteen terug. Misschien betaalt het zich zelfs helemaal niet terug, maar het lijkt me wel fatsoenlijk. En het lijkt op kleine kwaliteit: als je goed begeleidt, luistert en aandacht geeft, kan de rest rustig in het honderd lopen, want er is niemand die dat erg vindt.
Niet iedereen is hiervan overtuigd. Daarom zou elke opleiding op zijn minst een expertcoach moeten hebben: iemand die tenminste, onder alle omstandigheden en wat er ook gebeurt, blijft begeleiden, luisteren en aandacht geven. Misschien zijn dat de mensen die nu al dik een jaar ongeveer wekelijks samenkomen en die zich Casa Technica noemen, en als enkele van hun dat niet willen, dan zou voor hun een vervanger gezocht moeten worden.
En expertcoach ben je omdat je besluit dat te zijn. Dat besluit is genoeg. Vervolgens is het handig om te onderkennen dat begeleiden, luisteren en aandacht geven niet altijd en overal lukt, ondanks dat je je dat wel voorgenomen hebt. Aandacht wordt soms vertroebeld, en dan is het interessant om te onderzoeken waardoor. Dan zouden de expertcoaches iets aan elkaar kunnen hebben. Liefst in hun vrije tijd. Voor hun eigen ontwikkeling.
Niet iedereen is hiervan overtuigd. Daarom zou elke opleiding op zijn minst een expertcoach moeten hebben: iemand die tenminste, onder alle omstandigheden en wat er ook gebeurt, blijft begeleiden, luisteren en aandacht geven. Misschien zijn dat de mensen die nu al dik een jaar ongeveer wekelijks samenkomen en die zich Casa Technica noemen, en als enkele van hun dat niet willen, dan zou voor hun een vervanger gezocht moeten worden.
En expertcoach ben je omdat je besluit dat te zijn. Dat besluit is genoeg. Vervolgens is het handig om te onderkennen dat begeleiden, luisteren en aandacht geven niet altijd en overal lukt, ondanks dat je je dat wel voorgenomen hebt. Aandacht wordt soms vertroebeld, en dan is het interessant om te onderzoeken waardoor. Dan zouden de expertcoaches iets aan elkaar kunnen hebben. Liefst in hun vrije tijd. Voor hun eigen ontwikkeling.
dinsdag 14 mei 2013
weerbarstig
Vandaag liep ik de mannen-wc op mijn werk binnen; voor de tegelwand aan de andere kant van de ruimte die ik zojuist betreden had stond een grote man met zijn rug naar mij toe; het pak dat hij droeg was duidelijk geopend: het jasje hing los en de broek ook. Hij stond te plassen; hij stond voor een uninoir. Omdat ik daar op mijn werk ben, schoot me te binnen dat ik nu kon zeggen: 'Hee daar! Lekker met je piemel uit je broek?' Ik deed dat trouwens niet, hoewel het niet veel scheelde.
Ik denk dat ik de aanvechting om zoiets te zeggen niet gehad zou hebben als ik chirurg of vuilnisman geweest ware. En ik denk dat ik die aanvechting ook niet gehad zou hebben als onze afdeling niet grondig verbouwd ware. Onze afdeling is namelijk grondig verbouwd, tot een steriel flexkantoor, dat - als het ware (maar echt alleen als het ware, want de werkelijkheid is weerbarstig) - zich aanpast aan elke situatie. De flexruimte past zich in potentie misschien aan aan elke situatie; ikzelf pas me helemaal niet zo makkelijk aan aan elke situatie. In de mannen-wc ben ik er nog niet van afgekickt docent te zijn, die zich kan veroorloven allerlei dingen te roepen om de orde te handhaven.
Ik ben van plan om volgend jaar geen les meer te geven aan eerstejaars. Misschien helpt de omgang met jonge mannen die al iets zekerder weten dat ze dit vak willen uitoefenen me om minder een excentrieke docent te zijn. En daardoor meteen iemand te zijn die weet hoe je je dient te gedragen in een flexkantoor.
Ik denk dat ik de aanvechting om zoiets te zeggen niet gehad zou hebben als ik chirurg of vuilnisman geweest ware. En ik denk dat ik die aanvechting ook niet gehad zou hebben als onze afdeling niet grondig verbouwd ware. Onze afdeling is namelijk grondig verbouwd, tot een steriel flexkantoor, dat - als het ware (maar echt alleen als het ware, want de werkelijkheid is weerbarstig) - zich aanpast aan elke situatie. De flexruimte past zich in potentie misschien aan aan elke situatie; ikzelf pas me helemaal niet zo makkelijk aan aan elke situatie. In de mannen-wc ben ik er nog niet van afgekickt docent te zijn, die zich kan veroorloven allerlei dingen te roepen om de orde te handhaven.
Ik ben van plan om volgend jaar geen les meer te geven aan eerstejaars. Misschien helpt de omgang met jonge mannen die al iets zekerder weten dat ze dit vak willen uitoefenen me om minder een excentrieke docent te zijn. En daardoor meteen iemand te zijn die weet hoe je je dient te gedragen in een flexkantoor.
zaterdag 13 april 2013
sociale media device
Ik heb dit jaar geprobeerd om het studentenmentoraat van de grond te
krijgen. Studentenmentoraat is hogerejaars studenten die zich ontfermen
over lagerejaars studenten. Vorig jaar rond deze tijd, toen de namen
van ongeveer alle eerstejaars van toen kende, kon ik ongeveer iedereen
die ik vroeg (nou ja, behalve dan RB, CK, IS en MZ en nog een paar)
motiveren om studentenmentor te worden. Maar de kunst is niet om studenten te vinden die studentmentor willen worden, belangrijker is om studenten studentmentor te laten blijven.
Dat is me nauwelijks gelukt. Van de dertig waarmee ik begon weet ik niet hoeveel er over zijn. Ik ontloop ze een beetje, omdat ik vind dat ik in gebreke ben gebleven. Ik kreeg het niet voor elkaar om iets zinvols te maken van hun begeleiding, en ik krijg het nog steeds niet voor elkaar om ze allemaal te betalen op de manier die recht doet aan hun inspanning. En grappig genoeg denk ik dat het helpt om ze te ontlopen. Laat ik daar eens mee ophouden!
Ik voorzag het probleem een klein beetje, toen ik ze vroeg hoe we met elkaar in contact zouden blijven. En men wilde dat doen via facebook. Mijn account op facebook is uitsluitend voor studentmentoren bedoeld. Maar ik hou niet van facebook. Ik hou niet van het gekwebbel. Waarschijnlijk kan ik facebook precies zo instellen dat het goed is voor mij. Dan is het tijd om een echt sociale media device te krijgen. Dan is een laptop en een iPhone5 niet meer goed genoeg.
Dat is me nauwelijks gelukt. Van de dertig waarmee ik begon weet ik niet hoeveel er over zijn. Ik ontloop ze een beetje, omdat ik vind dat ik in gebreke ben gebleven. Ik kreeg het niet voor elkaar om iets zinvols te maken van hun begeleiding, en ik krijg het nog steeds niet voor elkaar om ze allemaal te betalen op de manier die recht doet aan hun inspanning. En grappig genoeg denk ik dat het helpt om ze te ontlopen. Laat ik daar eens mee ophouden!
Ik voorzag het probleem een klein beetje, toen ik ze vroeg hoe we met elkaar in contact zouden blijven. En men wilde dat doen via facebook. Mijn account op facebook is uitsluitend voor studentmentoren bedoeld. Maar ik hou niet van facebook. Ik hou niet van het gekwebbel. Waarschijnlijk kan ik facebook precies zo instellen dat het goed is voor mij. Dan is het tijd om een echt sociale media device te krijgen. Dan is een laptop en een iPhone5 niet meer goed genoeg.
maandag 8 april 2013
hoe word ik Docent van het Jaar?
Ik ben altijd nogal een brievenschrijver geweest. Ik schreef brieven, kopieerde die en bewaarde de kopieen in mijn persoonlijke archief. Al doende kwam ik er achter, dat het goed is voor de productiviteit om brieven te schrijven over een thema. En toen ik ging afstuderen besloot ik om, parallel aan het schrijfwerk voor mijn afstudeerverslag, een brievenboek te maken getiteld: hoe haal een tien voor mijn afstuderen? (Ook toen had ik al een dubbelzinige relatie met ironie.) (Het brievenboek kwam er wel - zie mijn persoonlijke archief -; voor mijn afstudeerproject haalde ik een zeven.)
Ik was er van tevoren van overtuigd dat ik een tien zou halen voor mijn afstuderen. Zoals ik er vantevoren ook van overtuigd blijf dat ik keer op keer de Docent van het Jaar zal worden van mijn opleiding. En ik heb er geen brievenboek voor nodig om uit te leggen hoe dat moet, Docent van het Jaar worden. Dat moet namelijk zo:
Het heeft mij geholpen dat ik een vak geef dat moeilijk is. Alle studenten willen graag iets leren, en dan liever iets dat moeilijk is dan iets dat voor de hand ligt, anders lijkt het te veel alsof ze voor niks naar school zijn gekomen.
In mijn geval hielp het, dat ik goed kan doen alsof ik mijn vak tot in de puntjes beheers. Omdat dat natuurlijk helemaal niet zo is, heb ik goed en overtuigend leren bluffen. Mijn bluf houdt stand zolang de les duurt.
Het helpt om vaak sorry te zegen en om dat ook echt te menen. Bijvoorbeeld nadat ik alle regels veranderde of omdat studenten erachter gekomen zijn dat ik vorige les nogal veel heb gebluft. Sorry. Ja, dat was heel stom van me, dat had ik niet moeten doen.
Maar het wezenlijke verschil maak ik, doordat ik echte aandacht heb. Ik kan naar studenten luisteren en daarbij aan niets anders denken dan aan het gesprek dat ik op dat moment aan het voeren ben. Daar heb ik landurig op geoefend. En die vaardigheid moet ik ook voortdurend onderhouden.
Ik was er van tevoren van overtuigd dat ik een tien zou halen voor mijn afstuderen. Zoals ik er vantevoren ook van overtuigd blijf dat ik keer op keer de Docent van het Jaar zal worden van mijn opleiding. En ik heb er geen brievenboek voor nodig om uit te leggen hoe dat moet, Docent van het Jaar worden. Dat moet namelijk zo:
Het heeft mij geholpen dat ik een vak geef dat moeilijk is. Alle studenten willen graag iets leren, en dan liever iets dat moeilijk is dan iets dat voor de hand ligt, anders lijkt het te veel alsof ze voor niks naar school zijn gekomen.
In mijn geval hielp het, dat ik goed kan doen alsof ik mijn vak tot in de puntjes beheers. Omdat dat natuurlijk helemaal niet zo is, heb ik goed en overtuigend leren bluffen. Mijn bluf houdt stand zolang de les duurt.
Het helpt om vaak sorry te zegen en om dat ook echt te menen. Bijvoorbeeld nadat ik alle regels veranderde of omdat studenten erachter gekomen zijn dat ik vorige les nogal veel heb gebluft. Sorry. Ja, dat was heel stom van me, dat had ik niet moeten doen.
Maar het wezenlijke verschil maak ik, doordat ik echte aandacht heb. Ik kan naar studenten luisteren en daarbij aan niets anders denken dan aan het gesprek dat ik op dat moment aan het voeren ben. Daar heb ik landurig op geoefend. En die vaardigheid moet ik ook voortdurend onderhouden.
zaterdag 23 februari 2013
leefbaarheid
Mijn peetkind logeerde hier en heel soms (maar echt alleen meer héél soms) liet ze en glimp zien van een van de schoolboeken die ze bij zich had. Volgende week heeft ze 6 toetsen. Blijkbaar had ze zich voorgenomen om die toetsen te leren. Bij ons. Mijn peetkind doet vmbo-T. Drie jaar geleden ging ze van de lagere school met een vwo-advies. Ze houdt niet zo erg van wiskunde, en ze is niet bereid om die liefde te ontwikkelen, alleen om op een school te mogen blijven.
Het schoolboek dat ze liet zien was een aardrijkskundeboek. In dat aardrijkskundeboek had ze met een marker alle definities gehighlight die ze voor haar toets uit haar hoofd moest leren. Deze definitie trof me, van een achterstandswijk: Een woonwijk met een slechte leefbaarheid. Vaak gaan er dingen niet goed: een hoge werkloosheid en een laag inkomen. Opvallend vaak wonen in zo'n wijk veel allochtonen. (In hetzelfde boek: Allochtoon: Iemand van wie minstens een van beide ouders in het buitenland is geboren.) Grappig: op het vmbo heet economie dus aardrijkskunde.
Mijn peetkind is allochtoon, volgens de definitie. Als zij, en al haar medeleerlingen, allochtoon en autochtoon, definitievragen niet beantwoorden met hele zinnen, worden er 2 punten van het antwoord afgetrokken (Een woonwijk met een slechte leefbaarheid is dus 2 punten aftrek). Mooi en empathisch, dat de maker van het aardrijkskundeboek werkloosheid en laag inkomen niet goed vindt. Op een of andere manier lijkt het in zijn definitie alsof dat de schuld is van de wijk, of misschien wel van de mensen van wie minstens een van beide ouders in het buitenland geboren is.
Het schoolboek dat ze liet zien was een aardrijkskundeboek. In dat aardrijkskundeboek had ze met een marker alle definities gehighlight die ze voor haar toets uit haar hoofd moest leren. Deze definitie trof me, van een achterstandswijk: Een woonwijk met een slechte leefbaarheid. Vaak gaan er dingen niet goed: een hoge werkloosheid en een laag inkomen. Opvallend vaak wonen in zo'n wijk veel allochtonen. (In hetzelfde boek: Allochtoon: Iemand van wie minstens een van beide ouders in het buitenland is geboren.) Grappig: op het vmbo heet economie dus aardrijkskunde.
Mijn peetkind is allochtoon, volgens de definitie. Als zij, en al haar medeleerlingen, allochtoon en autochtoon, definitievragen niet beantwoorden met hele zinnen, worden er 2 punten van het antwoord afgetrokken (Een woonwijk met een slechte leefbaarheid is dus 2 punten aftrek). Mooi en empathisch, dat de maker van het aardrijkskundeboek werkloosheid en laag inkomen niet goed vindt. Op een of andere manier lijkt het in zijn definitie alsof dat de schuld is van de wijk, of misschien wel van de mensen van wie minstens een van beide ouders in het buitenland geboren is.
dinsdag 22 mei 2012
unfolding
When students at the HvA are tested, we, the teachers, should hand them out special examination sheets for their answers. Those sheets are sorta intimidating, because there's mentioned that the answers are not valid without the signature of the teacher. I do not put my signature on every sheet, actually. I am happy yet, when my students write their names on the sheet.
The HvA-board is quite fearful. Afraid they are: afraid of uninvited people in their buildings; afraid of students, swindling with the official HvA examination sheets. So here is the new policy: the official HvA examination sheets have been put away in an enormous safe. I test my students every week and I used to do that with the official HvA examination sheets. Since the sheets have been put away in the safe, my paper stock has diminished quickly. The procedure to open the safe is, of course, more complicated than taking examniations sheets from my own stock.
So, nowadays, when testing my students, I use print paper. I hand out A3 format unwritten paper; my students can fold it up and it looks exactly like an official HvA examination sheet. They draw a box in het right corner, specially for the grade. I have not seen them drawing a box for my signature.
The interesting side effect is, that a lot of my students do not fold the A3 paper. They use all the space this broad paper provides unfolded. Their handwriting improves. They makes drawings. Their test results are better. (I think).
The HvA-board is quite fearful. Afraid they are: afraid of uninvited people in their buildings; afraid of students, swindling with the official HvA examination sheets. So here is the new policy: the official HvA examination sheets have been put away in an enormous safe. I test my students every week and I used to do that with the official HvA examination sheets. Since the sheets have been put away in the safe, my paper stock has diminished quickly. The procedure to open the safe is, of course, more complicated than taking examniations sheets from my own stock.
So, nowadays, when testing my students, I use print paper. I hand out A3 format unwritten paper; my students can fold it up and it looks exactly like an official HvA examination sheet. They draw a box in het right corner, specially for the grade. I have not seen them drawing a box for my signature.
The interesting side effect is, that a lot of my students do not fold the A3 paper. They use all the space this broad paper provides unfolded. Their handwriting improves. They makes drawings. Their test results are better. (I think).
maandag 7 mei 2012
3 vierkante centimeter
De HvA stuurde mij een multiplechoiche-enquete over het taal-niveau van studenten. Ik vinkte mijn antwoorden aan, maar kreeg gelukkig nog hokjes van respectievelijk 0,2 en 3 vierkante centimeter om ze te onderbouwen.
* Als ik de taalvaardigheid van studenten een rapportcijfer moet geven, dan wordt dat een ...
In het eerste oppervlakje vulde ik een 6 in.
* Heb je verder nog opmerkingen?
In 3 vierkante centimeters - die uitklapbaar bleken te zijn- schreef ik: 'Nou, dat op dit moment - door het internet en door de sociale media - de wereld verandert. Ik kan niet overzien hoe, maar ik voel wel aan dat het ook implicaties heeft voor de taal. In de techniek (bedrijven ED&I) is op dit moment een generatie babyboomers aan het afscheid nemen, en dan valt er een groot gat, omdat mijn generatie (veertigers) nauwelijks voor techniek gekozen heeft. Dat gat is nog niet opgevuld, maar wie anders dan onze studenten en iets ouderen (dertigers) zullen dat gat gaan opvullen. Hoe die tegen taal aankijken is mij niet duidelijk. Misschien gaat het Nederlands er wel helemaal uit, of wordt het echt de helemaal informele taal die het nu al aan het worden is. Overigens lijkt me dat die slordige, informele wending die het Nederlands krijgt in een traditie staat: zo is de Nederlandse taal (cultuur)blijkbaar van nature. Nederlandse teksten die ouder dan honderd jaar zijn, zijn moeilijk te lezen omdat de taal veranderd is. Nederlanders passen de spelling steeds aan, waardoor de spelling ook triviaal wordt. En over hoofd- en bijzaken, waar deze enquete ook over gaat: ik geloof dat studenten het inderdaad moeilijk vinden om boeken van uitgevers te begrijpen. Maar ik moet zeggen, ik vind het zelf ook moeilijk om boeken van uitgevers te begrijpen. Als ik een uitleg geef in gewone mensentaal, dan kunnen studenten het uitstekend volgen en zijn ze prima in staat om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. De HBO-boeken die in de handel zijn zijn allemaal behoorlijk matige boeken, waarbij de auteurs zelf niet in staat lijken om de hoofd- en de bijzaken te onderscheiden.'
* Als ik de taalvaardigheid van studenten een rapportcijfer moet geven, dan wordt dat een ...
In het eerste oppervlakje vulde ik een 6 in.
* Heb je verder nog opmerkingen?
In 3 vierkante centimeters - die uitklapbaar bleken te zijn- schreef ik: 'Nou, dat op dit moment - door het internet en door de sociale media - de wereld verandert. Ik kan niet overzien hoe, maar ik voel wel aan dat het ook implicaties heeft voor de taal. In de techniek (bedrijven ED&I) is op dit moment een generatie babyboomers aan het afscheid nemen, en dan valt er een groot gat, omdat mijn generatie (veertigers) nauwelijks voor techniek gekozen heeft. Dat gat is nog niet opgevuld, maar wie anders dan onze studenten en iets ouderen (dertigers) zullen dat gat gaan opvullen. Hoe die tegen taal aankijken is mij niet duidelijk. Misschien gaat het Nederlands er wel helemaal uit, of wordt het echt de helemaal informele taal die het nu al aan het worden is. Overigens lijkt me dat die slordige, informele wending die het Nederlands krijgt in een traditie staat: zo is de Nederlandse taal (cultuur)blijkbaar van nature. Nederlandse teksten die ouder dan honderd jaar zijn, zijn moeilijk te lezen omdat de taal veranderd is. Nederlanders passen de spelling steeds aan, waardoor de spelling ook triviaal wordt. En over hoofd- en bijzaken, waar deze enquete ook over gaat: ik geloof dat studenten het inderdaad moeilijk vinden om boeken van uitgevers te begrijpen. Maar ik moet zeggen, ik vind het zelf ook moeilijk om boeken van uitgevers te begrijpen. Als ik een uitleg geef in gewone mensentaal, dan kunnen studenten het uitstekend volgen en zijn ze prima in staat om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. De HBO-boeken die in de handel zijn zijn allemaal behoorlijk matige boeken, waarbij de auteurs zelf niet in staat lijken om de hoofd- en de bijzaken te onderscheiden.'
zaterdag 5 mei 2012
kleuatjes
Ik wil deze plek graag gebruiken om reclame te maken voor mijn vriend Fatih Erdurcan, die ik hier verder maar gewoon zal citeren.
Zoals ik enkelen van jullie al had
verteld, ben ik druk bezig met alles wat met mechanica te maken heeft.
Ik geef al een tijd lang alle mechanicavakken bij werktuigbouwkunde op de Haagse Hogeschool in
Delft. Een uit de hand gelopen hobbyproject is het vak eindige elementen. Ik vond de bestaande boeken
te onduidelijk om ermee op het HBO te werken en heb ooit een dictaat
geschreven. Dit dictaat werd steeds wat
verbeterd en uitgebreid. Het is nu bijna een serieus boek geworden, dat
zo geschreven is, dat [...] de opleiding werktuigbouwkunde [...] erg veel baat zal hebben bij de inhoud. De planning is
dat het van de zomer een boek wordt dat in
(web)winkels verkrijgbaar zal zijn. Het idee is dat het boek maximaal
20 euro moet gaan kosten (ik wil studenten niet nodeloos belasten) en
dat alle opbrengsten naar een goed doel gaan (weduwen en wezen die hun
man en/of vader of wezen die beide ouders in
een oorlog hebben verloren). Ik vind dat ik prima verdien bij de Haagse
en kan er goed van rondkomen, dus het wordt tijd dat ik ook een keer een
bijdrage lever aan een betere wereld. Daarom ga ik het boek volledig op
eigen kracht afmaken en het boek zelf uitgeven.
Uitgevers verhogen de prijs continu en strijken het grootste deel van
de winst op, zodat er niets overblijft voor het goede doel. Binnen de
kortste keren is de prijs dan 50 euro geworden, wat totaal niet de
bedoeling is. Boeken laten drukken en een ISBN nr.
aanvragen is verder niet duur, daar heb je geen uitgever voor nodig.
Er zijn ook video's van Fatih: 'OudeStempel'. Hij claimt dat hij het slagingspercentage van zijn vak door deze digitalisering van 37%, 62% werd. Ik geloof hem, want ik zit graag naar hem te kijken. Bijvoorbeeld vanwege Doorbuiging van Balken - Statisch Onbepaald - Integratie Methode - Bordvoorbeeld 2, wat ik een erg fijn onderwerp vind. Maar vooral omdat hij volkomen boven de stof staat, zichzelf en Haags ('ik haw wel van kleuatjes') is en terloops de heren achterin tot de orde roept. Helemaal naturel. Leve de Haagse Hogeschool.
vrijdag 13 april 2012
voorstelling
Dit is het vijfde jaar dat ik energietechniek - eigenlijk moet ik zeggen: inleiding energietechniek - geef. Toen ik daar als dertiger vijf jaar geleden aan begon, was ik in de blufferige veronderstelling dat daar vast niks aan was en dat ik wel even uit mijn mouw zou schudden. Ik heb toen ook van alles uit mijn mouw geschud en mijn studenten hebben dat meestal ook geaccepteerd, maar echt onder de knie (een knie in een mouw? Dat is wel een beetje vreemd, eigenlijk) had ik die energietechniek toch niet.
Nu, vijf jaar later, begint dat te komen. Ik snap nu echt het verschil tussen de soortelijke warmte bij gelijkblijvende druk en die bij gelijkblijvend volume. En ik snap ook tamelijk essentiële het verschil tussen warmte en verandering van inwendige energie. Dat is handig, als ik dat uit moet leggen. Het maakt mijn uitleg vloeiender en mijzelf fierder, nu ik nu weet waarover ik het heb.
Toen ik lang geleden een cabaretprogramma gemaakt had, vond ik het vooruitzicht dat ik dat cabaretprogramma, nadat ik het twee keer had opgvoerd, nog een keer en MISSCHIEN WEL NOG EEN KEER! zou moeten opvoeren, vreselijk. Maar de Voorstelling van de Soortelijke Warmte en de Verandering van de Inwendige Energie heb ik nu al vijf keer gedaan, en het wordt elk jaar leuker om te doen.
Nu, vijf jaar later, begint dat te komen. Ik snap nu echt het verschil tussen de soortelijke warmte bij gelijkblijvende druk en die bij gelijkblijvend volume. En ik snap ook tamelijk essentiële het verschil tussen warmte en verandering van inwendige energie. Dat is handig, als ik dat uit moet leggen. Het maakt mijn uitleg vloeiender en mijzelf fierder, nu ik nu weet waarover ik het heb.
Toen ik lang geleden een cabaretprogramma gemaakt had, vond ik het vooruitzicht dat ik dat cabaretprogramma, nadat ik het twee keer had opgvoerd, nog een keer en MISSCHIEN WEL NOG EEN KEER! zou moeten opvoeren, vreselijk. Maar de Voorstelling van de Soortelijke Warmte en de Verandering van de Inwendige Energie heb ik nu al vijf keer gedaan, en het wordt elk jaar leuker om te doen.
vrijdag 30 maart 2012
in Carré
Gisteren woonde ik de onderwijsconferentie van de HvA bij. Het goede nieuws was, dat ik daar naar Herman Pleij mocht luisteren, die een mooie voornaam heeft (Herman!) en die levendig kan vertellen. Hij vertelde hoe menselijk de Nederlanders zijn, veertiende-eeuwer edelman graaf Albrecht van Beieren voorop, die zijn zoon verbood om, zoals gebruikelijk was bij alle Europese adel, af te reizen naar Litouwen en Hongarije om daar voor de lol heidenen te gaan afslachten. En verbijsterend om weer ergens anders van Karien Stronks te horen dat Marokkaanse mannen in Nederland gemiddeld twee jaar ouder worden dan witte Nederlandse mannen. Zij hebben het levenselixer! Zou vriendschap sluiten met Marokkaanse mannen mij ook kunnen helpen?
De onderwijsconferentie begon in theater Carré met iets wat een interactieve bijeenkomst heette. Enkele collega's zaten vooraan in de spots met bouwhelmen als toeschouwer opgesteld. Aan hun bouwhelmen waren een facereaders bevestigd, en hun face en de uitslag van de reader werd voortdurend op een groot scherm getoond. Zij ondergingen, net als wij, twee keynote speakers. In een taartgrafiek was steeds te zien of de gezichten onder de bouwhelmen verrast, blij, neutraal of boos waren. Ik geloof dat ik, als ik uitgenodigd zou zijn, assertief ben om vriendelijk te bedanken voor de eer. Ik mot zo'n bouwhelm niet.
Verder ben ik niet zo tevreden over mijn assertiviteit. Ik ben één keer weggelopen om te gaan plassen, maar ik deed dat behoorlijk geruisloos. De keynote speakers, die waarschijnlijk uitgenodigd waren om ons te inspireren, lieten zich achtereenvolgens badinerend uit over jonge ouders ('tweeverdieners die hun kinderen bij school dumpen'), over de regering ('het goede nieuws, het vallen van het kabinet, hoort u natuurlijk meteen'), over jongeren ('stel je niet zo aan, jullie zijn gewoon verwend'), over jongens ('als we ze niet meer zouden aannemen, zou dat erg goed zijn voor het rendement') en over jongerentaal ('bedroevend niveau').
Taal, bedroevend niveau dus. Ik heb intussen de keynote speakers niet één sprankelend geformuleerde zin horen zeggen. Ik heb ze geen enkele heldere gedachte onder woorden horen brengen. Ondanks dat ik redelijk goed oplette, dacht ik voortdurend: Hoe lang nog? Waar gaat dit heen? Wat niet hielp, was dat het geluid dat de keynote speakers maakten, visueel werd ondersteund door vj's. Ik denk dat de vj's ook ergens afgehaakt zijn, want de mooie plaatjes die ze lieten zien hadden nauwelijks iets te maken met de de tekst die uitgesproken werd. Onbedoeld kreeg alle lof die over meisjes werd gezegd een ironische klank, doordat de vj's minutenlang lieten zien hoeveel ze van pornografisch hoge hakken hielden.
Ik ben dol op de HvA.
De onderwijsconferentie begon in theater Carré met iets wat een interactieve bijeenkomst heette. Enkele collega's zaten vooraan in de spots met bouwhelmen als toeschouwer opgesteld. Aan hun bouwhelmen waren een facereaders bevestigd, en hun face en de uitslag van de reader werd voortdurend op een groot scherm getoond. Zij ondergingen, net als wij, twee keynote speakers. In een taartgrafiek was steeds te zien of de gezichten onder de bouwhelmen verrast, blij, neutraal of boos waren. Ik geloof dat ik, als ik uitgenodigd zou zijn, assertief ben om vriendelijk te bedanken voor de eer. Ik mot zo'n bouwhelm niet.
Verder ben ik niet zo tevreden over mijn assertiviteit. Ik ben één keer weggelopen om te gaan plassen, maar ik deed dat behoorlijk geruisloos. De keynote speakers, die waarschijnlijk uitgenodigd waren om ons te inspireren, lieten zich achtereenvolgens badinerend uit over jonge ouders ('tweeverdieners die hun kinderen bij school dumpen'), over de regering ('het goede nieuws, het vallen van het kabinet, hoort u natuurlijk meteen'), over jongeren ('stel je niet zo aan, jullie zijn gewoon verwend'), over jongens ('als we ze niet meer zouden aannemen, zou dat erg goed zijn voor het rendement') en over jongerentaal ('bedroevend niveau').
Taal, bedroevend niveau dus. Ik heb intussen de keynote speakers niet één sprankelend geformuleerde zin horen zeggen. Ik heb ze geen enkele heldere gedachte onder woorden horen brengen. Ondanks dat ik redelijk goed oplette, dacht ik voortdurend: Hoe lang nog? Waar gaat dit heen? Wat niet hielp, was dat het geluid dat de keynote speakers maakten, visueel werd ondersteund door vj's. Ik denk dat de vj's ook ergens afgehaakt zijn, want de mooie plaatjes die ze lieten zien hadden nauwelijks iets te maken met de de tekst die uitgesproken werd. Onbedoeld kreeg alle lof die over meisjes werd gezegd een ironische klank, doordat de vj's minutenlang lieten zien hoeveel ze van pornografisch hoge hakken hielden.
Ik ben dol op de HvA.
woensdag 28 maart 2012
statica app
Ursula heeft een iPhone, en en passant ontdek ik wat daar allemaal mee kan. Enkele studenten van mij - maar het gemiddelde is lager dan de rest van de bevolking in hogere opleiding - hebben ook een iPhone. Ik gun mijn studenten de statica app, voor 80 eurocent in de iStore. Wil iemand die voor me maken? Hij gaat zo:
Een foto maken van (bijvoorbeeld) een fietser.
De fietser losknippen van de achtergrond, door de contour aan te wijzen op het schermpje van de iPhone.
De fietser op 10 kilometer hoogte loslaten en belasten met de zwaartekracht en de tegenwind waar hij tegenin moet fietsen. Deze app is een spelletje. Wegens de valversnelling van 9,81 m/(s*s) heeft de speler {10.000 = 0,5 * 9,81 * t * t => t =} 46 sec de tijd om te voorkomen dat de fietser, na een schuin door de dampkring te hebben gezweefd, tegen het asfalt te pletter slaat.
Uiteraard moet je instellen hoe sterk de tegenwind is (150 N, bijvoorbeeld) en wat de fietser en zijn fiets samen wegen (1000 N, bijvoorbeeld), en vervolgens moet je met drie pijlen zijn val voorkomen. Alle pijlen hebben meteen effect: aan de beweging van de achtergrond zie je welk effect. Misschien gaat de fietser wel draaien, ...
Oef, net op tijd!
(Uiteraard moet het allemaal net een fractie esthetischer.)
Een foto maken van (bijvoorbeeld) een fietser.
De fietser losknippen van de achtergrond, door de contour aan te wijzen op het schermpje van de iPhone.
De fietser op 10 kilometer hoogte loslaten en belasten met de zwaartekracht en de tegenwind waar hij tegenin moet fietsen. Deze app is een spelletje. Wegens de valversnelling van 9,81 m/(s*s) heeft de speler {10.000 = 0,5 * 9,81 * t * t => t =} 46 sec de tijd om te voorkomen dat de fietser, na een schuin door de dampkring te hebben gezweefd, tegen het asfalt te pletter slaat.
Uiteraard moet je instellen hoe sterk de tegenwind is (150 N, bijvoorbeeld) en wat de fietser en zijn fiets samen wegen (1000 N, bijvoorbeeld), en vervolgens moet je met drie pijlen zijn val voorkomen. Alle pijlen hebben meteen effect: aan de beweging van de achtergrond zie je welk effect. Misschien gaat de fietser wel draaien, ...
Oef, net op tijd!
(Uiteraard moet het allemaal net een fractie esthetischer.)
dinsdag 13 maart 2012
wetenschappelijk hbo
Het lijkt me dat er een verschil zou moeten zijn tussen het onderzoek dat op universiteiten gedaan wordt en het onderzoek dat het hbo gaat uitvoeren: hbo-onderzoek. Een nieuw, ander soort onderzoek. Praktisch onderzoek, heet dat. En dat is niet klunzig onderzoek, maar onderzoek met een directe toepassing. Maar verder helemaal wetenschappelijk.
Ikzelf zou heel theoretisch onderzoek doen makkelijker vinden dan praktisch onderzoek doen. Ik denk dat ik juist door heel theoretisch onderzoek te doen de onderzoeksmethode in de vingers zou krijgen. Pas als ik me methodisch echt sterk zou voelen, zou ik het praktische onderzoek aandurven. Maar dat ben ik, ik hou van theorie. Het laatste nieuwtje is dat het hbo altijd al praktisch onderzoek dééd, en dat het enige wat moet veranderen is, dat wij (docenten) dat moeten gaan geloven, zodat studenten, en daarna iedereen het gaan zien: dat het hbo praktisch onderzoek doet, op een wetenschappelijke manier.
maandag 12 maart 2012
zomertijd
Als ik om kwart voor negen tegen Jakob ga zeggen dat ik vind dat hij moet gaan slapen, zegt hij: 'Maar het is toch bijna zomertijd?'
Abonneren op:
Posts (Atom)





















