Posts tonen met het label *speelprogramma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *speelprogramma. Alle posts tonen

woensdag 10 juli 2013

ja-ja-ja-ja-ja

Mijn zoon is wel eens boos. Ongeveer vier keer per dag is hij boos. Jakob heeft altijd een buitengewoon krachtige stem gehad, en als hij boos is gebruikt hij die zonder terughoudendheid. Als ik hem vraag om zachter te doen, bijvoorbeeld omdat er nog mensen slapen, dan schreeuwt hij: Oooh! Waarom kan ik ook nooit eens zachter doen!?! en dan slaat hij met zijn vuisten tegen zijn hoofd.

Deze luide boosheid is wel te hanteren. Hij komt op als Jakob zich slecht behandeld voelt; als hij bosvruchtensap krijgt in plaats van sinasappelsap, terwijl ik sinasappelsap beloofd had bijvoorbeeld, na een dag nog veel meer onrechtvaardigheid en niet-ingeloste beloftes incasseren. Als ik met hem op bed ga liggen en ik laat hem razen, terwijl ik bij hem blijf, dan is hij binnen tien minuten weer zijn zonnige zelf.

Moeilijker te hanteren is zijn geïrriteerde ja-ja-ja-ja-ja, als hij een vraag niet lijkt te willen beantwoorden of aangeboden hulp afslaat. Is dat vooral als hij op een afstandje staat te kijken naar elf- en twaalfjarige jongens die samen iets aan het doen zijn? Iets heimelijks, iets wat de elf- en twaalfjarige jongens alleen doen door de roes van elkaars aanwezigheid, en anders niet, nooit? Ernaar kijken is al heimelijk, daarover heb ik ook nooit vragen willen beantwoorden. Laat staan hulp willen accepteren. Ik zoek een zestienjarige jongen met een brommer, die met Jakob komt spelen, in zijn speelprogramma.

zaterdag 1 juni 2013

slapstick

Mijn kinderen kunnen zeer aanstekelijk lachen. Mijn zoon lacht als hij een grap begrepen heeft, of denkt die begrepen te hebben. Hij is een zeer toegankelijk kind en hij is verrukt dat zijn communicatie sinds kort uitgebreid is met humor. Jakobs humor is soms wat ondoorgrondelijk, heel soms een heel klein beetje ironisch, maar nooit, nooit komt het in de buurt van sarcasme.

Mijn dochter lacht nog expressiever dan haar broer; zij lacht met haar hele lichaam, lang achter elkaar, het liefst om onverwachte geluiden, om expressieve gezichten en bijzondere bewegingen. Om slapstick in en om het huis dus. Als ze niet lacht kan ze enorm verbitterd uit de hoek komen, maar ze heeft die verbittering (nog) niet met haar humor gemengd.

Lucie lacht ook als ik haar plagerig voortborduur op onhandige dingen die ze zelf doet. Ze valt regelmatig van haar stoel van het lachen. Vind je dat nou leuk, dat pappa je plaagt? vroeg Lucies moeder. Wat bleek: ze lacht wel, maar echt leuk vindt ze het niet. En stel je voor, dat ik ermee ophoud, met dat voortborduren, zou er dan nog gelachen worden? En mijn lessen, daar op de HvA, wat zou daarvan overblijven, als ik volledig respectvol zou worden ten aanzien van de studenten?

dinsdag 28 mei 2013

citella

10 uur: Vandaag promoveert mijn vriend Jelle van Dijk in Eindhoven op iets typisch Jelle-achtigs:  *iets met denken en ontwerpen en abstractie, maar toch ook weer geen abstractie, want we zijn mensen en dus niet abstract*. Dit is uiteraard een citella, een omschrijving in mijn eigen woorden, speciaal voor hen die niet zo van taal houden, van iets dat ik nauwelijks begrepen heb. Of eigenlijk: waarvoor ik nauwelijks de moeite heb gedaan om het te begrijpen. Als het begrepen wil worden, dan komt het vanzelf naar me toe.

22 uur: Ik geloof dat het inderdaad vanzelf naar me toe gekomen is. Eindhoven is behoorlijk dichterbij dan ik - Amstrocentrist - dacht; ik was er niet te laat, maar anderhalf uur te vroeg. Jelles proefschrift lag in stapels voor me klaar en ik kon het gratis pakken. Vervolgens ging Jelle het helemaal als zichzelf in mooi Engels aan ons en aan de commissie uitleggen. Het is Jelles talent dat de hele loodzware procedure licht en luchtig werd.

Vreemd is dat ik niet begrijp waarom is toch zo droevig ben. Alsof ik mezelf voorhoud dat ik te oud ben voor afgunst, en daarom maar kies voor droevigheid, omdat afgunst geen zin meer heeft. Droevigheid misschien ook dat het me, zelfs als ik Jelle maar eens in de twee jaar zie, niet lukt om met hem samen te zijn, omdat een promotieplechtigheid en ook het feest dat nog gaat volgen, als instituten alle energie op zullen slokken, van ons allebei. En tenslotte: omdat een promotie een mooi, traditioneel protocol is. En dat is ontroerend.

maandag 13 mei 2013

kraker/kraakster

Ik heb een training gevolgd, waarin ik leerde om mensen die me ergeren te benaderen alsof ze allerliefst zijn, maar dat ze alleen toevallig mij een beetje op de proef aan het stellen zijn. Dat ze mijn basishouding - mijn liefdevolle en accepterende attitude - aan het testen zijn. In het jargon van deze training heet zoiemand, of de situatie waarin ik me dankzij zoiemand bevind, een attitudekraker. Een attitudekraker ontmoeten is interessant, omdat ik dan kan onderzoeken wat precies maakt dat zoiemand me ergert.

Koningin Maxima is voor mij een attitudekraker. En alleen maar dit, aan koningin Maxima: dat ze soms, terwijl ze praat, langdurig achter elkaar haar ogen dichthoudt. Waarschijnlijk kan onze koningin niet meer goed denken hoe ze alle tactvolle dingen moet zeggen die ze moet zeggen in de koninginnetaal die niet haar moedertaal is, als ze intussen haar ogen openhoudt en de ogen van de anderen ziet, die naar haar kijken. Ik herken dat, want ik praat ook liever terwijl ik mijn bril heb afgezet.

Er is iemand in mijn omgeving die niet alleen zijn of haar ogen dichthoudt, maar die zijn of haar gezicht helemaal niet onder controle lijkt te hebben. Opengesperde ogen, mond als poepend hondekontje, wenkbrauwen op en neer: oef. Het lijkt alsof hij/zij iets wil zeggen, met al die gezichten, maar vandaag, na al die jaren, bedacht ik opeens: hij/zij is gewoon een attitudekraker/-kraakster. Misschien wil hij/zij niks zeggen, of wil hij/zij van alles zeggen. Kan hij/zij het niet helpen, dat hij/zij Gilles de la Tourette in zijn/haar gezicht heeft.

zondag 5 mei 2013

ei

De evolutietheorie - die ik alleen over een verre einder heb horen luiden, waardoor ik nu meteen denk te weten waar zijn klepel hangt - althans, het survival-of-the-fittestgedeelte ervan, verklaart alleen hoe soorten verdwijnen, maar eigenlijk niet hoe soorten ontstaan. Ik vind dat het erop lijkt dat bij het ontstaan van leven en bij het ontstaan van soorten intelligentie betrokken is. En dan waarschijnlijk niet een God, een soort externe intelligentie, maar eerder een intelligentie die in het leven zelf verpakt zit. Dat het leven zichzelf ontwikkelt, en daarmee ook zijn eigen intelligentie.

Het valt me het meest op door het gemarginaliseerd raken van de grote reptielen: de dinosaurussen bedoel ik. Sorry, maar die zien er behoorlijk fit uit. Met die tanden en die klauwen en die schubben. Bij zo'n enorm reptiel valt elk zoogdier in het niet. En toch zijn de zoogdieren met gemak fitter dan die geschubde monsters. En mensen zijn weer met gemak fitter dan de meeste zoogdieren, en vooral fitter dan de gevaarlijke zoogdieren.

Het opvallende verschil tussen reptielen en zoogdieren is dat zogen, en het zorgen. Zoogdieren zijn onderwijsdieren, die hun kinderen uitgebreid begeleiden voordat ze op krachten zijn, terwijl de dinosaurusopvoeding niet veel meer is dan het leggen van een ei. En hoe lang zijn mensen bezig met  onderwijzen, voordat er echt iets staat! Ik vind het een hoop werk, kinderen grootbengen. Maar dat grootbrengen is mij steeds maar intelligenter aan het maken. Intelligentie en liefde, die zouden toch ook in een formule moeten passen?

vrijdag 5 april 2013

adellijke laboratoria

Het eerste en ongeveer enige commentaar dat ik ooit kreeg op mijn manier van lesgeven, was dat mijn uitdrukking niet paste bij de boodschap die ik wilde overdragen. Ik keek verdrietig terwijl ik blij was, of andersom, dat weet ik niet meer. Van zoiets heeft het boek Pascal, Wiskundige van God ook last. Het boek is opgeleukt, waarschijnlijk in de hoop aantrekkelijk te worden voor de beoogde, maar volstrekt ontleesde lezer, maar de tekst, die er ook nog in staat, tussen de plaatjes, samenvattinkjes, schema's en kaartjes, is nogal hermetisch. Citaat: '[...] en de jongen geniet met volle teugen van de drie stappen van de zoektocht naar de waarheid: de ontdekking van de waarheid, het bewijs ervan, en de kritische studie, de beoordeling.' Het boek is vertaald. Het zal eens niet.

Harry Potter en de Orde van de Feniks is ook vertaald, maar behoorlijk goed. En in dat boek wordt mijn oog niet voortdurend afgeleid door stupide illustraties. Bovendien doet JK Rowling om de halve pagina een cliffhanger en schrijft ze onverstoorbaar vanuit het perspectief van een jongen van 11-12-13-14 (etc). Dat is slim, als je ontleesde lezers wil boeien. Zeker als die ontleesde lezers de leesrijpheid hebben van een jongen van 11-12-13-14 (etc).

De biografieën van warmewerktuigbouwers worden pas toegankelijk en ondersteunend voor de emancipatie van (warme) technici in Nederland (kom, ik blaas even hoog van de toren), als ze adembenemend spannend zijn. Als ze zich afspelen in het Zwijnstijn van de moderne geschiedenis: de adellijke laboratioria van de zeventiende en achttiende eeuw. En vermoedelijk is er een gevecht dat geleverd moest worden. Tegen de domheid.

maandag 1 april 2013

collega's

In Folia, de glossy van de UvA/HvA, schreef ik een stukje over de gevoeligheid van mensen die positief scoren op de dsm4-lijst voor autisme. Ik schreef dat stukje, omdat ik denk dat er op mijn werk veel studenten zijn die dat doen. Maar ook omdat ik wel enkele collega's heb die dat doen. Dsm4 is geschreven om kinderen te meten. Om collega's te meten heb ik dsm4 vertaald naar volwassen gedrag. Als volgt: 
(sociale interactie)
(a) afwijkend gebruik van oogcontact, gelaatsuitdrukkingen, lichaamshoudingen en gebaren tijdens sociale interactie.
(b) er niet in slagen om tot meer dan oppervlakkige relaties te komen.
(c) zelden iets met anderen delen. 
(d) afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid.
(communicatie)
(a) sterk wantrouwen tegen speels taalgebruik.
(b) duidelijke beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden.
(c) stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik.
(d) afwezigheid van gevarieerd taalgebruik.

(stereotiep gedrag)
(a) stereotiepe en beperkte belangstelling die abnormaal is ofwel in intensiteit ofwel in richting.
(b) rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen.
(c) stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen. 
(d) aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen.

donderdag 28 maart 2013

reclamefilmpjes

De film die ik aan het maken ben, maak ik, op mijn dooie gemak, samen met Yarre Stooker. Yarre is de vader van Matti, de jonge dj die de internethit Sneeuwman-style bedacht heeft. Elke woensdagavond is Yarre hier bij mij thuis om een zandkorrel bij te dragen aan de enorme zandkathedraal die een avondvullende animatiefilm is. En intussen doe ik een andere zandkorrel.

Ik bewonder Yarre om zijn uithoudingsvermogen om met mij samen dit project vol te houden. Als Yarre er niet had, was ik vier maanden geleden al afgehaakt, en waren er alleen wat aanzetten van een filmscript in dat vreselijke archief van mij blijven liggen. Dankzij Yarre is het script nu bijvoorbeeld al helemaal af, en zijn we samen al aardige op weg met het storyboard. Yarre luistert geduldig naar alle nieuwe plannen die ik heb, maar uiteindelijk keren we toch weer terug bij de animatiefilm die we samen maken.

Gisteren bedacht ik dat 3D-studio mini (dat is de naam van onze samenwerking) ook best reclamefilmpjes zou kunnen maken die in de lompe onderbrekingen die de commerciele zenders in de door hun uitgezonden speelfilms uitgezonden worden en die zo leuk zijn, dat mensen ernaar blijven kijken. Of zo leuk: de filmpjes van 3D-studio mini zijn adaptief. Ze passen bij de film die onderbroken wordt: de muziek gaat erin verder, de acteurs, of dubbelgangers, spelen verder, de tone of voice is hetzelfde, en opeens is daar het product waarvoor we reclame maken: de geweldige bh's van Hunkemöller (bijvoorbeeld). Enfin, die filmpjes gaan we dus niet maken, want we maken al een animatiefilm. Wie dit idee wil, mag 't gratis hebben.

zondag 24 maart 2013

jonge god

Gisterenochtend ging, ondanks de kou, de voetbalwedstrijd van mijn dochter gewoon door. Omdat ik verplichtingen thuis had, kon ik niet vlaggen. Ik vond dat helemaal niet erg, maar doordat ik niet vlagde, was ik ook geen getuige van de onderstaande gebeurtenis.

De voetbalwedstrijd vond plaats in Abcoude en, zoals de naam al zegt, er was een abnormale koude. Het vroor en het woei hard, uit het oosten. Er was zelfs sprake van een gevoelstemperatuur. In november is het wel opwindend, om na de zomer even opgefrist te worden, maar als het bijna april is, is het echt niet meer leuk meer. Maar ik, als aspirant-assistent-scheidsrechter, durf mijn bij voorbaat vernikkelende dochter niet zomaar thuis te houden. En mijn dochter durft ook al niet te protesteren. Mijn dochter en ik zijn allebei van de patatgeneratie.

Maar tussen mij en mijn dochter in is een generatie gegroeid, die de vijftienjarige scheidsrechter heeft voortgebracht die bij deze wedstrijd floot. Hij verscheen op het veld in een T-shirt en een korte broek, zag de wedstrijd dertig minuten aan en besloot toen dat het te koud was om deze marteling voor te zetten. Hij kende zijn plicht, want hij had al drie jaar arbitrage-ervaring en had ook alle mogelijke KNVB-opleidingen gevolgd. Dankzij de leider van het elftal ben ik maar een handdruk verwijderd van deze jonge god.

zaterdag 16 maart 2013

haatzaaien

Mijn dochter voetbalt, zoals zoveel Amsterdamse meisjes. Meisjesvoetbal is de snelstgroeiende sport in Nederland. En vandaag begeleidde ik mijn dochter naar de uitclub TOS-Actief, omdat ik daar - als Nationale Vrijwilliger - dan ook een taak had op het veld. Ik verving de moeder van mijn dochter als grensrechter. Vanuit haar ziekbed had zij mij de vijf signalen van de vlag van de grensrechter geleerd. Ik vind het nog wel lastig om het precieze verschil tussen doeltrap en hoekschop in vlaggentaal duidelijk te maken.

Nou ben ik in de buurt van voetbalvelden nooit op mijn best. Het is me toch allemaal wat te ruw, die betegelde kantines, de roestige hekjes om de velden en de geurige barkrukken. Van mij mag het veld wel wat kleiner en de bal wat zachter. Maar met een vlag in mijn hand en een duidelijke instructie, had ik voor het eerst in mijn leven een taak rond een voetbalveld waarbij ik mezelf niet in de weg zat. Ik heb - volgens mij - eerlijk en duidelijk gevlagd. Geconcentreerd werk, met wat theater, dat ligt me wel.

Maar ik voel ook wel dat het gevaarlijk werk is. Beoordelen of het buitenspel genoeg is om ervoor te vlaggen, dat is moeilijk. En ook nog, min of meer tegelijkertijd, besluiten welke kant op ingegooid moet worden (...en dan ook nog een verwarring over het vlagsignaal voor doeltrap of hoekschop), ... zeer verantwoordelijk werk. Wat Youp van Thek allemaal over grensrechters gezegd heeft, is dat niet een soort haatzaaien?

woensdag 20 februari 2013

Willy-Wortelland

Ik weet niet of de VPRO er echt goed aan doet om een VPRO-gids uit te geven. De VPRO is immers een omroep, en uitgeven is iets anders dan omroepen. Elke week is hier thuis een VPRO-gids, en dat is niet dankzij mijn lidmaarschap. Ik lees die gids van kaft tot kaft en dan weet ik wat er in het parallelle universum van televisie en radio gebeurt. Daardoor hoef ik niet meer te kijken of te luisteren. En deze week gaat het parallelle universum van televisie en radio (blijkbaar) over Eindhoven.

Eindhoven! Mijn enige bezwaar tegen Eindhoven zou kunnen zijn dat het nogal ver van de zee ligt. Ik heb, met nogal wat Zeeuws bloed, een oud en bespottelijk wantrouwen tegen bergen en bergvolkeren. Toch was ik deze zomer in Hessen (Duitsland), ook tamelijk ver van zee, en het leek alsof ik me daar desondanks best kon ontspannen. En Eindhoven is een stuk minder ver rijden dan Hessen.

De VPRO-gids meldt dat men het plan heeft opgevat om onder Eindhoven het leeglopende boerenland te transformeren tot Willy-Wortelland: een rustig woonoord voor beta's met een autisme spectrum stoornis. Een woonoord dus, voor mijn gezin bijvoorbeeld. In de intelligentste regio ter wereld.

donderdag 31 mei 2012

playtime

In the mean time the main character of the novel Comfort for Engineers has been given a name. His name is Ferdinand. Maybe his family name is te Drukker, because I tend to call everybody I invent te Drukker. Ferdinand te Drukker it will be.

And during the eight chapters of the novel Ferdinand will meet his five challanges: the first in chapter 3, the second in chapter 4. According to Paul Ruven Ferdinand should rest during one whole chapter, after these two challanges, in chapter 5, while he re-evaluates all that had happened. Ferdinand is learning, changing his strategies, and then, starting chapter 6: the third challange comes into sight.

I forgot to tell what happens before chapter 3. Well: in chapter 1 everybody is introduced, including the big enemy Ferdinand will defeat in the last chapter. In chapter 2 an incident happens, that makes it clear that the easy life Ferdinand had, is not so easy any more. I think the incident should be somebody telling the young Ferdinand the terrible lie that playtime is over.

vrijdag 18 mei 2012

paardappel

Bij het afscheid van zijn grootouders doet Jakob iets dat wat mij betreft smileys verdienen mag in de beleefdheidstraining. Hij vertelt een nieuwe, zelfbedachte mop. En hij kijkt zijn grootouders daarbij met stralende ogen aan. 'Wat is een rond geel bolletje met vier bruine beentjes?'

donderdag 10 mei 2012

smiley

Wij hebben onze kinderen grootgebracht (ze zijn allebei ongeveer tien; een leeftijd waarop ik begin te vergeten hoe oud ze nou precies zijn. Lucie was gisteren erg verontwaardigd toen ik zei dat ze elf was, wat ik, toen ik het zei, echt dacht) met veel aandacht voor hun welbevinden. We probeerden eraan te denken dat zij klein zijn en wij groot, en dat dat formaatverschil en leeftijdsverschil zo min mogelijk zou moeten leiden tot een machtsverschil.

Dat streven naar gering machtsverschil hoeft er niet toe te leiden dat kinderen onopgevoed en verwend zijn, maar toevallig zijn wij vergeten om aandacht te besteden aan beleefdheid, tien jaar lang. We hebben er niet aan gedacht. Daarom zijn we begonnen aan een inhaalslag, om de grootste lompheid er alsnog af te vijlen. Die inhaalslag bestaat uit een beloningssysteem: als Lucie of Jakob spontaan iets beleefds doen, krijgen ze een smiley, en bij tien smileys krijgen ze een kadootje.

Voor de smileys blijken Lucie en Jakob echt heel erg beleefd te kunnen zijn. Voor hun eerste kadootjes moesten we al na twee dagen naar de winkel. Wegens succes verlengd: nu krijgen ze na twintig smileys een kado. Jakob vraagt, terwijl hij prachtig oogcontact maakt: 'Mag ik alsjeblieft een smiley?'

woensdag 9 mei 2012

-isme

neo-liberal-confusian-sadisme
Doordat ik er ongeveer een jaar lang niet echt in kon geloven, heeft het precies zo lang geduurd voordat ik me me een soort overgave ging inzetten als coördinator van de studiebegeleiding bij mijn opleiding. Ik ben namelijk de coördinator van de studiebegeleiding van mijn opleiding. Dat is nogal verantwoordelijk werk, zeker als ik het zo opschrijf. Ik denk dat de studiebegeleiding van onze studenten op dit moment niet erg effectief is, omdat erg veel studenten in het eerste jaar, maar pas tamelijk laat in dat eerste jaar, ontdekken dat ze de studie niet willen of niet kunnen. Vervolgens meen ik bij de hogerejaars studenten een nonchalance te zien, waaruit ik aflees dat ze zich niet erg met de opleiding verbonden voelen.

Ik ben trouwens al veel langer coördinator van de studiebegeleiding, maar sinds een jaar ben ik dat niet meer helemaal alleen. Sinds een jaar ben ik lid van een groep; de groep van alle coördinatoren van de studiebegeleiding van de hele HTS. En het heeft dus nog een jaar geduurd voordat ik in de kracht van deze groep ging geloven.

Mijn analyse is dat de HTS (overigens geldt deze analyse voor elke HTS, dus eigenlijk is het niks bijzonders) een diep getraumatiseerde organisatie is, en dat algemene trauma openbaart zich in gedrag van het hele systeem, dat vele kenmerken vertoont van autisme. Er is iets leuks aan de hand met het woord autisme; namelijk, dat het een -isme is. Zoals neo-liberalisme, confusianisme en sadisme. Woorden die op -isme eindigen lijken me allemaal een verzamelijk overtuigingen te zijn, waar je in geloven kunt, als je dat zelf wilt. En zo'n geloof, daar kun je vanaf vallen, toch?

dinsdag 17 april 2012

tweeëneenhalf uur

Flexibiliteit was jarenlang het hoofddoel van Jakobs speelprogramma. En flexibel is hij er ook van geworden. Jakob is in staat om zich in allerlei situaties te handhaven, die hem vroeger enorme stress bezorgden. Jakob kan inmiddels in zulke situaties ook met interessante, creatieve oplossingen komen. Jakob kan dat niet voortdurend, maar hij kan zeker tweeëneenhalf uur achter elkaar buitengewoon flexibel zijn. Hij kan dus ongeveer tweeëneenhalf uur doen alsof hij van zijn autisme geen last heeft.

Jakobs vriendschappelijke contact met leeftijdsgenoten duurt dus altijd ongeveer tweeëneenhalf uur. In die tweeëneenhalf uur is Jakob volkomen flexibel, zoals onze spelers in de speelkamer vaak volkomen flexibel zijn voor hem. Gedurende tweeëneenhalf uur haalt Jakob alles uit de kast om het ideale vriendje te zijn. Echt wederkerig zijn zijn vriendschappen dus nog niet.

In de speelkamer gaan we nu dus oefenen met wederkerigheid in flexibiliteit. De opdracht aan de spelers is dus om minder flexibel te zijn, maar wel in contact te blijven met Jakob. En dat lukt alleen als je voelt wat je zelf echt liever zou willen doen, dan wat Jakob voorstelt om te doen. Als oefening heb ik een lijstje gemaakt met dingen die ik graag met Jakob zou willen doen. Een film maken. Door Europa reizen. Lesgeven. Het is fijn om te weten dat dat allemaal kan gaan gebeuren, dat maken, reizen en lesgeven met mijn zoon.

donderdag 12 april 2012

bevrijdingsideeën

De close-readers van dit blog (zouden die bestaan?) voelden het waarschijnlijk al aankomen: dat we al die romantische bevrijdingsideeën over worstelen ook in het speelprogramma van Jakob zouden gaan inzetten. Welnu, we gaan met Jakob worstelen. 

Ikzelf ga mijn zoon vrij geregeld te lijf. Ik noem dat stoeien, of vechten. 'Zullen we vechten?' Meestal zegt hij ja. Jakobs spelers waren ook al met hem aan het stoeien, maar deden dat heel voorzichtig. Heel voorzichtig is natuurlijk heel erg goed. Maar hem fysiek in de weg zitten als het onprettig voor hem begint te voelen, dat is ook goed. Als hij begint te zweten en hard moet schreeuwen en hard moet werken om mij, of jou, of zijn spelers te verzetten, dan kan hij zijn kracht voelen. Dan kan hij de kracht herwinnen waar hij eerder moest opgeven omdat het te overweldigend voor hem was.

Wij in het speelprogramma kunnen allemaal aanvoelen dat dit goed is voor hem, omdat we het ervaren hebben. Maar we moeten het ook aan hem kunnen uitleggen. Jakob kan goed heel terechte vragen stellen, ook met een bezweet rood hoofd: 'WAAROM DOE JE DIT?!'

'Nou, ik denk dat dit je helpt om de laatste restjes van je autisme te overwinnen.'
'Nou, ik denk dat als je nog sterker wordt, dat het makkelijker voor je wordt om met allerlei verschillende mensen om te gaan.'
'Nou, omdat ik denk dat dit een goede uitdaging is voor jou. Zo dadelijk mag je een uitdaging verzinnen voor mij.'

woensdag 11 april 2012

pyjamajasje

Sinds ongeveer een jaar kan Jakob goed om gaan met geluiden, die hij eerst niet kon verdragen. Blaffende honden, huilende baby's en ook het voor ons onhoorbare waardoor hij vroeger opeens zijn handen voor zijn oren sloeg. Misschien is hij een beetje doof geworden. Hij heeft geen last meer van de baby's en de honden en het voor ons onhoorbare. Sinds hij dáár geen last meer van heeft, is gebleken hoe slecht hij de dingen ziet. Hij vindt het erg moeilijk om op plaatjes (tweedimensionaal dus) driedimensionale voorwerpen te herkennen. Bijvoorbeeld.

We hebben Jakobs ogen laten meten, door een oogarts. De oogarts deed dat met meetdruppeltjes, ik ben vergeten waarom. De meetdruppeltjes vertelden dat Jakob op beide ogen +0,75 dioptrie heeft, en hier een daar een cilinder. De oogarts zei erbij dat alle kinderen van negen +0,75 dioptrie hebben. Wat moet ik hier nu mee? Heeft Jakobs moeilijke zicht nou wel of niet iets met die +0,75 dioptrie te maken?

Gisteren hebben Jakob en ik onze nieuwe brillen opgehaald (ik heb in een moeite door voor mezelf ook een nieuwe bril gekocht). Jakob is nu aan het oefenen met zijn bril. Als hij wakker wordt zet hij hem meteen op. Hij vraagt: 'hoe moet het pyjamajasje nou uit, met een bril op?'

woensdag 4 april 2012

dagmerrie

Soms, tamelijk vaak eigenlijk, vindt Lucie de dingen om haar heen saai. Die vaststelling klinkt voor mij altijd als een beschuldiging: pappa, waarom heb jij het leven voor mij niet wat interessanter en uitdagender gemaakt? Dit zegt ze zo nooit, maar zo klinkt het voor mij. Ik vind de dingen ook wel eens saai, en daar ben ik dan boos over. Ik heb geen saaiheid verdiend.

Vanmorgen vertelde Lucie haar droom. Die begon heel saai, maar - vertelde ze - ze besloot toen om iets anders te gaan dromen, waardoor het niet meer saai was. Ze droomde namelijk dat de oom van ons buurmeisje een grote vis was, die in een winkel op de grond lag. Dat was weliswaar niet saai, maar wel weer eng, dus toen besloot ze om wakker te worden.

Ik vind het fascinerend dat Lucie zoveel controle heeft over haar dromen. Overdag is dat weer anders. 'Soms', zegt ze, 'droom ik ook overdag. Dat is een dagmerrie. Dan zegt een stem wat ik moet doen. Ga naar boven, zegt de stem. Dat is best eng.'
'Heb je dat vaak?' vraag ik.
'Heel soms. En ik doe het ook niet, hoor, wat de stem zegt.'

zondag 25 maart 2012

stoer

Jakob: 'Mama, vind jij het stoer om altijd lief te zijn?'
Ursula: 'Ja, dat vind ik stoer.'
Jakob: 'Ik ook.'