Posts tonen met het label studieloopbaanbegeleiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studieloopbaanbegeleiding. Alle posts tonen

maandag 5 december 2011

warme overdracht


Ik heb de vorige twee stukjes over studieloopbaanbegeleiding aan een collega voorgelezen, en zij vindt nu dat ik niet één, maar vier stukjes moet doen op 9 december, om de overgang tussen de verschillende onderwerpen die besproken worden, te markeren. Okee, dan.

'Studenten stellen soms heel verrassende vragen aan mij. En aangezien ik hier rondloop in mijn hoedanigheid als docent, weet ik altijd op alle vragen antwoord. Ik vind dat dat zo hoort, als docent. Als ik het gevoel heb dat de vraag echt belangrijk is, dat wil ik nog wel eens zeggen: 'O, dat weet ik eigenlijk niet, ... maar misschien moet je het eens aan collega $ voorleggen.' Alle andere vragen pareer ik met charme en bluf. Zo doen docenten dat, toch?

Charme is goed, maar bluf is natuurlijk een zwaktebod. En als ik iemand doorverwijs, zou ik niet misschien aan collega $ willen doorverwijzen, maar met overtuiging: ja, collega $ moet je hebben! Die gaat je echt verder helpen. Dit doorverwijzen is en onderdeel van warme overdracht.

Ik ken genoeg mensen die allergisch zijn voor woorden die de agogen gebruiken. Het woord intervisie, bijvoorbeeld. Of Belbin-test. Ikzelf heb moeite met warme overdracht. Ik moet denken aan broodje warm vlees. Ik vind warme overdracht een beetje vies. Terwijl er toch iets heel zinvols mee bedoeld wordt; namelijk, dat je de dingen goed georganiseerd hebt.'

vrijdag 2 december 2011

echte man


Dit is de tweede poging om een een geschikte tekst te vinden die het management kan overtuigen dat studieloopbaanbegeleiding op een HTS belangrijk is.

'Ik ben docent hier en wat mij betreft dus automatisch ook studiebegeleider. Dat is niet vanzelfsprekend; er zijn docenten die de studiebegeleiding overlaten aan anderen in de opleiding. Anderen, van wie ze denken dat die beter kunnen studiebegeleiden dan zijzelf. Er is bijvoorbeeld een misverstand dat vrouwen dat beter kunnen dan mannen. Het misverstand dat je studiebegeleiding beter niet kunt overlaten aan mannen, aan echte mannen, aan technische mannen. Er zijn ook veel mannen die dat denken.

Ik heb altijd gevoeld dat het belangrijk is om een echte man te zijn. Ik geloof dat ik zonder terughoudendheid kan claimen dat ik een echte man ben. Ik heb het curriculum vitae van een echte man. Ik ben bijvoorbeeld heterosexueel, ik heb in het leger gezeten, ik heb een dochter en een zoon verwekt en ik voed die op, ik heb aan wedstrijden meegedaan, ik ben wel eens naar een prostituee geweest, ik ben ingenieur, ik ben sterk, sportief en harig. Ik heb daar goed voor gezorgd.

Ik denk dat het studiebegeleider zijn mij nog extra mannelijk maakt. Het is ook wel goed om te erkennen dat ervaringen uit het verleden je te veel in de weg kunnen zitten om echt goed te begeleiden, ... maar dat maakt je niet mannelijker. Wel begeleiden is mannelijker dan niet begeleiden. Ondanks dat de begeleiding die wijzelf, als jonge mannen, gekregen hebben, ons vaak erg teleurgesteld heeft.'

donderdag 1 december 2011

studiekeuze-adviseur


De leider van het mentorsysteem van de Amsterdamse HTS heeft mij gevraagd om een zelfgeschreven column voor te lezen bij een pizzapresentatie die het management van die HTS moet overtuigen dat mentoring zinvol is en aandacht verdient. Ik als propagandist, vermomd als Nico Dijkshoorn. Op 9 december is mijn voorleesdiner. Ik wilde hier wat columns oefenen, zodat ik kan testen welke benadering het geschiktste is. Deze bijvoorbeeld:

'In de winter van 1989 besloot ik de twijfels die ik had over mijn studiekeuze te delen met Piet, de studie-adviseur van mijn studie in Delft. Eerst had ik lang bij zijn deur staan dralen en toen de kust veilig leek en ik bij hem binnenliep zat Piet in zijn riante kamer een broodje te eten. Ik had de indruk dat ik wel tegen hem mocht praten.

Ik vertelde eerst dat ik slim genoeg was om welke studie dan ook te kunnen doen (in de winter van 1989 was ik daar vast van overtuigd). Daarna betoogde ik dat er iets was aan de sfeer van de TU dat me niet beviel, hoewel ik niet precies wist wat dat was (ongelofelijk dapper en analytisch eigenlijk, achter afgezien!) Piet zei: 'te veel tandwielen.' Dat was leuk, dat hij dat zei. Het leek wel of hij met me meedacht.

Daarna gebeurde er iets vreemds, want Piet deed zijn jas aan en liep de kamer uit. Ik bleef alleen achter tussen de dossierkasten, vermoedelijk vol vertrouwelijke stukken. Piet kwam niet meer terug. Ik denk met warmte aan Piet terug, hoewel ik later nooit meer met hem gesproken heb. Zeven jaar na dit incident voltooide ik mijn studie.'