Het zal de lente wel zijn, dat ik opeens mijn leeftijdsgenoten opmerk. Hoe staan we er eigenlijk voor, oogstjaar 1969? Ik ben van lichting 87-4 en de enige in mijn peleton die jonger was dan ik, was geboren in 1970. 1970! Ongelofelijk, die had de jaren zestig niet eens meegemaakt! En wel roken en autorijden en schunigge grappen vertellen. Ik ben de verbazing nooit helemaal te boven gekomen.
En toch: ik kijk naar mijn leeftijdsgenoten als een outsider. Omdat ik zo jong gebleven ben. Dat betekent: omdat ik vergeten ben een duidelijke keuze te maken en iets te worden. Kijk ik naar mijn leeftijdsgenoten, dat denk ik: ja, misschien moest ik ook maar eens iets worden. Ik heb alleen geen idee wat.
Maar ik kan ook niet vertellen wat mijn leeftijdsgenoten geworden zijn. Wat ze vertegenwoordigen, of wat ze betekenen. Alleen, dat ik ze heel erg oud vind. Heel erg een oude wereld vertegenwoordigend: dingen verdedigend die er niet werkelijk toe doen, lawaaiig, conservatief, ideeƫnloos, saai. Generatie nix.
