Posts tonen met het label *zorg voor de omgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *zorg voor de omgeving. Alle posts tonen

donderdag 24 oktober 2013

in Engeland zijnde

Sorry, ik ben afgelopen vrijdag direct uit school naar Engeland vertrokken en ik heb dit blog daarbij nogal verweesd achtergelaten. In Engeland is ook internet, gewoon continentaal internet, en in enkele verloren minuten kon ik daar een stukje uploaden dat ik al had klaarstaan: over Brideshead Revisited (wat best toepasselijk is, eigenlijk, in Engeland zijnde).

Ik ben nu aan het ontgiften met brandnetelthee. Van het uitstekende Indiase restaurant, waarmee we de laatste dag in Whitley Bay afsloten en van de pizzeria op de boot en van de scones en croissants en de Engelse Capri Sun die we in de hut gebruikten bij wijze van ontbijt en waarvan ik nu bijna helemaal ontgast ben op een manier die ik zou willen omschrijven als vuilgroen.

Zeer vriendelijke mensen, de Engelsen. Nogal verbaal: kletsen de oren van je hoofd en doen dat met talent. Ik hou daar wel van. Het lijkt alleen alsof ze zich desondanks met hun leven, hun eigen leven en dat van hun collectief, niet zo goed raad weten. De oplossing voor de crisis, waarvan sprake is, komt volgens mij niet uit Engeland.

dinsdag 15 oktober 2013

axioma's

De opleiding waar ik werk leidt ingenieurs op, van wie velen zich later, in hun professionele carrière, zullen bezighouden met duurzaamheid. Met het maken van auto's die weinig kooldioxide uitstoten, koelhuizen die zuinig zijn, plastic dat gemaakt is van zetmeel etc. We hebben daarom een lectoraat in huis dat Clean Tech heet, waar tegenwindauto's, koelhuissoftware en biobased plastics wordt bestudeerd, bijvoorbeeld door onze studenten. Toch is duurzaamheid nergens een officieel onderdeel van ons curriculum.

Afgelopen maandag heb ik een college gegeven over ecologie, maar dat was niet officieel, want het was de een na laatste les in de korte cyclus over ergonomie. Ecologie en ergonomie schelen maar vijf letter, vandaar. Als ergonomie gaat over hoe techniek goed is voor mensen, dan hoort ecologie daar ook bij, vind ik, want techniek die met ecologie rekening houdt is beter voor mensen dan techniek die dat niet doet.

Ik heb geprobeerd te bedenken hoe ik ecologie kan verkopen alsof het ergonomie is. Ik geloof dat dat gelukt is; in zoverre, dat niemand de moeite nam om tegen mijn axioma's te protesteren. Mijn eerste axioma was, dat er drie aanslagen op de ecologie zijn: vergiftiging, uitputting en uitbuiting. En vergiftiging is uiteindelijk niet goed voor mensen, omdat de zwaksten eraan dood gaan; uitputting van grondstoffen evenmin, om dezelfde reden en uitbuiting is slecht, omdat uitgebuite mensen niet meer goed kunnen nadenken over hun omgeving. Morgen nog meer axioma's.

donderdag 26 september 2013

onaangekondigd tevoorschijn komen

Soms rijd ik op de snelweg langs, door of op iets heel nieuws, wat ik nog nooit eerder gezien had. In Amsterdam-West bijvoorbeeld: die gloednieuwe en mysterieuze A5, die bij Sloterdijk aftakt met borden die zeggen dat je die weg moet volgen naar Rotterdam (de A5 sluit na 20 km gewoon weer aan op de A4, de traditionele snelweg naar Rotterdam en Den Haag; het fascinerende is dat mensen die naar Den Haag willen niet over de A5 geleid worden), de waanzinnige nieuwe Coentunnel of het bijhorende Coenplein. Deze civieltechnische kunstwerken zijn er zomaar opeens: onaangekondigd zijn ze tevoorschijn gekomen zonder dat het verkeer (ik, althans) er ooit hinder van heeft ondervonden. Dit soort bouwen gaat te langzaam voor mij, om te zien dat er echt iets gebeurt. Vermoedelijk is even onverwacht op een dag die noord-zuidlijn klaar en het nieuwe Amsterdam CS. 

Een bouwtempo dat mijn interesse wel kan blijven vasthouden is die van bijvoorbeeld een flat. Zoals de nieuwe flat in het Science Park, voor een hele berg studentenwoningen. Ik fiets hier elke dag langs, op weg naar mijn werk. Het persbericht zegt over deze flat dat het een markant gebouw is, maar verzuimt erbij te vertellen wat er precies markant aan is.

Het gebouw is PUR-groen aan de buitenkant. En ik zie nu op de renderings dat het ook de bedoeling is dat het gebouw PUR-groen is aan de buitenkant. De gevelplaten zijn lichtgroen van het vuilige soort, allemaal vaag subtiel (expres?) in een andere teint. Wat zou de reden zijn, dat voor deze isolatieschuimkleur gekozen is? Is dat misschien op een of andere manier duurzaam? Markant is het zeker.

zaterdag 21 september 2013

hartje herfst

Wij hadden deze zomer uitbundig veel zonnebloemen. Er waren er inderdaad wel een paar gezaaid, in een pot, maar ze schoten bovendien overal op, en dan vooral op de plaatsen waar ik de tuin met de compost die alle groenteafval en caviakeutels hadden opgeleverd, verrijkt had. Blijkbaar hadden wij of de cavia's vorig jaar veel zonnebloempitten gegeten.

Onze zonnebloemen waren hoog, soms te hoog voor hun eigen gewicht en ze waren een beetje dom. Ik heb wel eens gehoord van een zonnebloem die de verkeerde kant op keek, omdat hij dacht dat de spiegeling van de zon in een ruit de echte zon was, waar hij zich naar richtte. Maar onze zonnebloemen richtten zich helemaal niet; die keken een beetje alle kanten op.

Ik wil meer controle over mijn compost, dus ik het de talloze uitgebloeide zonnebloemen afgeknipt en bovenop het caviahok in de zon te drogen gelegd, terwijl de rest van de zonnebloem - de steel en de bladeren - voor de composthoop waren. Lucie heeft enkele uitgedroogde zonnebloemen aan de cavia's opgevoerd, die het verrukkelijk vinden. Inmiddels is de zon vervangen door regen en de zonnebloemen liggen in een plas op het caviadak. Miraculeus beginnen die daar nu te ontkiemen, hartje herfst. Erg lekker, blijkt: zonnebloemkiemen.

dinsdag 10 september 2013

schaliegas

De ambitie van de coöperatieve vereniging IJsteg zou moeten zijn om van Diemen 33 een duurzame kachel te maken voor de hele buurt (of eigenlijk: voor het hele stadsdeel) IJburg. Daar zit meteen een interessante omkering in: nu is het hoofddoel van Diemen 33 om elektriciteit te produceren, met warmte als toevallig bijproduct; als IJsteg het voor het zeggen krijgt wordt het hoofddoel de warmte en is de elektriciteit die toevallig ook geleverd wordt een grappig kadootje. Om rendementsredenen hoeft elektriciteit immers niet per se lokaal gemaakt te worden (hoewel het natuurlijk beter is om dat wel te doen). Warmte moet je wel lokaal maken. 

Diemen 33 draait nu op aardgas. Het lijkt me niet dat op de korte of op de lange termijn aardgas de duurzame of goedkope oplossing wordt, waarop met bij de bouw van Diemen 33 en Diemen 34 gehoopt had. Kolen zijn goedkoper; andere brandstoffen zijn duurzamer. Wat mij betreft is het doel van de coöpertieve vereniging dat onze kachel duurzaam wordt: duurzamer dan aardgas.

Methaangas uit een biovergister is waarschijnlijk de duurzaamste oplossing, alleen vraag ik me af of Amsterdam-oost wel genoeg biomassa bij elkaar kakt en kapt om aan de ongelofelijke vraag te voldoen. Ik ben eigenlijk wel gecharmeerd van schaliegas. Maar dan alleen lokaal schaliegas, dus chemisch opgewerkt onder IJburg zelf. En van onder het Diemerpark, waar toevallig toch al een gistende gifbelt onder verstopt zit. Ik denk dat de energiecapaciteit van het Diemerpark aanzienlijk is, en bovendien lekker dicht aan de oppervlakte.

woensdag 4 september 2013

gratis geld

jelle3 schreef op 3 september 2013 om 12:55, hier op dit blog: 'vergeet niet die nieuwe ijskast weer af te bestellen..' Dank, Jelle, inderdaad, die ijskast is weer afbesteld. Het merkwaardige effect van afbestellen is de niet-te-onderdrukken gedachte dat ik met dat afbestellen de prijs van de afbestelde ijskast verdiend heb. En dat dat geld dan voor redeloze verkwisting beschikbaar is: gratis geld.

Het is beter als ik een deel van dat geld beschikbaar houd voor het onderhoud van de designklassieker die nu mijn ijskast is. Hij kan blijkbaar zichzelf ontdooien, zoals hij drie dagen gelegen aantoonde. Hij gaat dan ratelen en zachtjes zuchten en laat zijn hoofdfunctie tijdelijk uit handen vallen. Alles wordt nat, maar zodra dat opgeveegd is, begint hij, trouw en blijmoedig, als een jonge frisse ijskast weer te koelen en te vriezen. 

Mijn oom kocht in de oudheid een nieuwe Citroen ID, die hij onderhield, tot hij er, zelf inmiddels 88 jaar oud, op de Duitse snelweg doorheen zakte. De auto brak doormidden. Onderhoud: ik zie daar wel wat in. Alleen besteed ik dat voor mijn ijskast graag uit, aan een liefdevolle warm- en koudetechnicus, die ik op marktplaats hoop te vinden.

donderdag 29 augustus 2013

(IJ)burgers!

Ach, voor ik het vergeet: NUON is te koop. Dat hele energiebedrijf, mijn energiebedrijf, is niet aantrekkelijk meer voor de huidige eigenaar, om begrijpelijke redenen (de meeste NUON-centrales worden gestookt op een dure fossiele brandstof). NUON is mijn energiebedrijf, omdat ik klant ben bij NUON. Niet uit liefhebberij, maar omdat IJburg zijn stadsverwarming betrekt bij de (gasgestookte) Diemercentrale. En omdat ik in zo'n ouderwets ontwerp woon, dat nog verwarmd moet worden (duh).

Wat zou zo'n centrale kosten? Op dit moment zijn het er twee, de ene is zelfs net nieuw. Ik hoef ze heus niet allebei, maar dat ouwe kleintje, daar heb ik wel interesse in. Ik wil wel de baas zijn over mijn eigen kachel. Ik, in een coöperatie van andere initiatiefrijke (IJ)burgers die ook de baas willen zijn over hun eigen kachel.

Misschien wil de gemeente Amsterdam ook wel meedenken over dit burgerinitiatief. Zeker als ik erbij vertel dat ik hele generaties operationele managers heb opgeleid die zo'n centrale draaiende kunnen houden en kunnen ombouwen tot een werkelijk interessante, groene, duurzame en daarmee waardevolle energiecentrale. Wie doet er mee? Mail aan rikalmekinders@gmail.com

zaterdag 24 augustus 2013

grotere tupperwaredozen

Er is nog één dag voordat mijn werk mijn aandacht weer zal opslokken; die dag is morgen. Op die dag, zo is mijn voornemen, is al het opruimwerk gedaan. Ik ben nu alle schroefjes, stukjes schuurpapier, gordijnhaken en nietjes van elkaar aan het scheiden, nadat ze jarenlang door elkaar in enkele schoenendozen en mandjes gezeten hadden. Ursula bleek al een zowat onuitputtelijke voorraad tupperwaredoosjes te hebben klaargezet, voor elke omvang iets.

Ik blijk de afgelopen jaren steeds opnieuw voldraad tapboutjes M3 met verzonken kop gekocht te hebben; enkele maanden geleden nog. Om wandcontactdozen te bevestigen, als de stucadoor het binnenwerk van het stopcontact zo diep onder het stuc verstopt heeft - of ikzelf natuurlijk - dat de bij de wandcontactdoos geleverde boutjes te kort geworden zijn. Ik kan een tupperwaredoosje helemaal vullen met M3-boutjes.

Er is van alles veranderd, maar helaas, en ik wil er niet aan dat dat misschien wel onvermijdelijk is, zijn er nog verschillende wat grotere tupperwaredozen met restjes: nog uit te zoeken. Mijn studeerkamer, die nu af is, is natuurlijk niet af, alleen vanwege al die grotere tupperwaredozen die in het zicht staan, om mezelf aan te sporen later ook die restjes nog definitief weg te werken. Op de foto heb ik die grotere tupperwaredozen uiteraard buiten beeld gezet. Anders kom ik nooit in de Schöner Wohnen.

vrijdag 23 augustus 2013

mevrouw Brompje

Archiefstuk nummer 5 is meer een anekdote. Het gaat om de hoogslaper waar mijn dochter en later onze huurder in sliep, een IKEA-meubel met de naam TROMSÖ. We wilden van deze hoogslaper af, en geen van de 51 mensen die 'm op marktplaats bekeek wilde hem hebben. Er is dik een week verstreken, de vakantie is nog net niet om, dus de tijd brak aan voor de stap die materie zet als marktplaats geen interesse heeft.

Ik ging TROMSÖ naar de kringlopwinkel brengen; ik had daarvoor één uur, voordat mijn zoon uit school komt (ik schrijf zelfs dit stukje nog binnen dat uur!). TROMSÖ is, zelfs geheel uit elkaar genomen, behoorlijk groot, dus ook de auto moest helemaal uit elkaar genomen worden, om hem erin te passen. Bij de kringloopwinkel namen ze hem echter niet aan. Ik geloof dat ze bij onze kringloopwinkel helemaal geen spullen van IKEA aanneemt, want met andere merkwaardige IKEA-namen heb ik er ook al eens bot gevangen. Ik was zo vooruitziend geweest om geld mee te nemen, voor als ik TROMSÖ ging storten, vlakbij de kringloopwinkel, wat in Amsterdam soms geld kost.

Mevrouw Brompje*, die mij meedeelde dat de kringloopwinkel TROMSÖ niet wilde aannemen, keek een beetje beteuterd, want het was toch een mooie hoogslaper, en haar kleinzoon kon hem goed gebruiken. 'Zal ik hem bij u brengen?' vroeg ik, en mevrouw Brompje ging al haar buren bellen, of iemand die, nu ze niet thui was, TROMSÖ namens haar van mij in ontvangst kon nemen. Zodoende reed ik TROMSÖ naar NEMO, want daar woonde haar buurman, op nummer 55. Parkeren bij NEMO vereist nogal wat koelbloedigheid, maar ik deed het. Maar waar was nummer 55? NEMO had nog nooit van nummer 55 gehoord. En de tijd tikte. Uiteraard was er uiteindelijk wel een nummer 55, in een postmodern flatgebouw met een bel met een scroll-downmenu en een deur met een geweldadige dranger, die alarm ging slaan toen ik delen van TROMSÖ tussen de deur zette, tegen het dichtvallen, dat hij na 5 seconde met een smak wilde doen. Ik denk dat het het alarm was, dat de buurman gelokt heeft om me te komen helpen. Het is goed om goed te doen. Maar ook stressvol.

*) Om privacyredenen zijn mevrouw Brompje en haar adres gefingeerd.

zaterdag 17 augustus 2013

onvermijdelijk

Ik moest denken aan mijn neef Mathijs, die Boeddhist was en gestorven. Eigenlijk wilde hij, zoals het lichaam van sommige Boeddhisten in sommige landen, dat het zijne, naar zijn verscheiden, op een berg door de gieren zou worden kaalgevreten. Maar dat mag niet, in Nederland, dus daarom is hij gecremeerd.

Gisteren was er een natuurfilm op de EO, met het gratuite kolkende orkestgeluid erbij en het onvermijdelijke trage verhaal van de jager en de prooi. En de eveneens onvermijdelijke afsluiter dat de mensen deze schoonheid ook al weer onvermijdelijk zeer spoedig allemaal op zeep zullen helpen. Alsof de natuur nooit eens interessanter is dan die jager en die prooi, wat best naar is, want het zijn altijd de kalfjes die iedereen het lekkerste vindt. En alsof mensen alleen al door hun schuldeloze bestaan, waar ze niet om gevraagd hebben, verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor verzuipende olifantjes en verhongerende ijsberen.

Wij kunnen de natuur toch te vriend houden? We kunnen toch best een ijsberenfarm beginnen in de Eemshaven, waar de jongvolwassen ijsberen, net als onze koeien, op een liefdevolle manier worden afgemaakt ten behoeve hun bont en het verrukkelijke ijsberenvlees? En kunnen we in bijvoorbeeld Amsterdam-gierenstad, bovenop de platte daken van al onze flats en kantoren, de gieren niet voeren, bijvoorbeeld met gestorven Boeddhisten uit heel het land? Men moet er alleen op letten dat de gieren geen kruimeltjes naast hun voerdak laten vallen.

vrijdag 16 augustus 2013

de lege doos

Bij het nieuwe regime van orde en regelmaat hoort dat de Almekinders-tak van dit gezin, en daarmee bedoel ik mijzelf en mijn dochter, leren de dingen waaraan ze beginnen niet gedachteloos te onderbreken, en ze dan te vergeten. Ik heb er nu een week mee geoefend om bezig te blijven met het dingen waaraan ik begonnen was en om ze alleen mindfull te onderbreken. En dat houdt in dat ik mijn werk neerleg, probeer een besluit te nemen hoe lang de onderbreking zal duren en vervolgens het onafgemaakte werk opruim op een manier die past bij de lengte van de onderbreking en bij de gevoeligheden van mijn gezin. Oh, en ook nog: dat ik deze gedachten met mijn gezinsleden deel. Dit is nog geen routine, dus voorlopig, als de telefoon gaat, moet ik zeggen: ik bel zo dadelijk terug. 

Eén van de dingen die ik wekelijks doe, is de kamer van mijn dochter schoonmaken. Ik wil dan dat ze van te voren die kamer opgeruimd heeft, en dat lukt alleen als ik haar daarbij help. Ik moet Lucie helpen om niet te verdwalen in de spullen die ze opraapt: allemaal dingen waaraan ze begonnen is en die ze gedachteloos heeft onderbroken. Het interessante van gedachteloos onderbroken spullen is, dat ze onzichtbaar worden, althans, voor mij en mijn dochter. Ik zie haar spullen pas als ik ze moet schoonmaken. Lucie ziet ze pas als ik haar op ze wijs, dankzij mijn schoonmaakwerk.

Lucie kan het geluid van een stofzuiger niet verdragen. Maar als ik stofzuig, vind ik opnieuw dingen die gedachteloos zijn onderbroken, de dingen die zelfs voor mij onzichtbaar waren. Sinds vandaag is daarvoor een systeem: de lege doos. Tijdens het schoonmaken gaan al die dingen in de lege doos, die Lucie, als ik klaar ben, weer helemaal leeg moet maken voor volgende week, als ik weer ga schoonmaken.

donderdag 15 augustus 2013

ergerlijk vind ik dat

Op de omslag van de VPRO-gids van 13 t/m 19 juli is een perskaart afgedrukt, die je voor jezelf kan invullen, alsof je voor de VPRO werkt, dus. Die omslag hoort bij een artikel over een driedelige documentaire over de journalistiek, met de titel Iedereen journalist. Deze week schrijft een enthousiaste lezer dat de VPRO-perskaart uitstekend werkt: allerlei voorstellingen waarvoor de lezer anders moet betalen, worden met de VPRO-perskaart zomaar gratis. Ergerlijk vind ik dat, hoe de VPRO gedachteloos aanzet tot valsheid in geschrifte.

Boven de weg bij de supermarkt hangt een spandoek met daarop: De scholen zijn weer begonnen. Ik schrik, want het is al donderdag en ik en mijn kinderen zijn nog steeds in de veronderstelling dat het vakantie is. En als de scholen begonnen zijn, zijn ze natuurlijk begonnen op maandag; dat betekent dat ik mijn twee kinderen al vier dagen onttrek aan de leerplicht; je kunt wel uitrekenen hoe hoog die boete gaat worden. Maar bij navraag bleek dat de scholen helemaal nog niet zijn begonnen: die beginnen aanstaande maandag, hier in Amsterdam. Ergerlijk vind ik dat, die te vroege en daardoor leugenachtige spandoeken.

Opeens staat naast de supermarkt een aanhangwagen met twee luiken. Eén luik blijkt een loket, met een hulpvaardige man erachter die oude elektriek  inneemt en informatie geeft over afval scheiden. Pillen die over de datum zijn, ook homoeopathische pillen, kan ik inleveren bij de apotheek; verf alleen bij het afvalpunt. Omdat de aanhangwagen met loket er nu is, snel ik naar huis om mijn zak met problematisch afval op te halen, om daarvan door deze hulpvaardige man te laten verlossen. Als ik terugkom is het loket gesloten. Ergerlijk!

Dan maar eerst met de pillen naar de apotheek iets verderop, waar ik een nummertje moet trekken uit een automaat die ik eerst zelf moet repareren. Als ik twintig minuten later terug ben bij de aanhangwagen is het loket weer open. De hulpvaardige man was even naar de wc, bij de viswinkel. 

woensdag 14 augustus 2013

kronkelig

Het blijkt mogelijk om een huishouden blijvend te perfectioneren. Rondkijkend in het huis, is voor ongeveer alles een betere oplossing te verzinnen, en het is vakantie om enkele van die betere oplossingen te realiseren. Eén van die oplossingen is om het realiseren van de oplossingen beter te organiseren. En daartoe moet alles een vaste plek in huis krijgen, en moet alles, als het niet in gebruik is, dus op die vaste plek zijn. Dat is een paradigmashift, vooral voor mij en voor mijn dochter.

Noch mijn dochter, noch ik vinden het echt erg om iets kwijt te zijn. De kronkelige theorie die we hebben om de last van dat kwijtraken te compenseren, is dat wij heel goede ervaringen hebben met het vinden van dingen die een ander verloren is. En dan op zo'n manier verloren, dat het echt niet nodig is om dat aan een niet meer te traceren eigenaar terug te geven. Zodoende vond ik in 44 jaar al verscheidene bankbiljetten en een zilveren vulpen. Mijn dochter is gespecialiseerd in het vinden van bureaustoelen.

Noch mijn dochter, noch ik vinden het leuk om op te ruimen als een klus geklaard is. Het is dan toch, als of de klus die geklaard leek, toch eigenlijk helemaal niet geklaard is. En dat is natuurlijk ook zo, want eigenlijk is en klus pas geklaard als alles opgeruimd en schoongemaakt is. Onze kronkelige redenering hierbij is dat het opruimen ongeveer evenveel tijd in beslag neemt als het zoeken van alles wat voor de volgende klus nodig is, en wat hopelijk nog ligt in de buurt de plek van de vorige, nog niet helemaal afgeronde klus. Maar dat is uiteraard geen garantie, want als iets weg is, ... is het weg.

zaterdag 20 juli 2013

onvoelbaar

Vandaag was ik op een bijeenkomst die geleid werd door iemand met veertig jaar vechtervaring op topniveau, voor goede zorg voor het milieu. Ze heeft een hoop informatie met ons gedeeld; veel dingen die ik al wist, maar die voor het eerst in één dag allemaal samen genoemd werden. Dus over voeding en kanker en bijensterfte en genocide en elektrosmog en pijnstillers.

Maar ook over wat ieder van ons zou kunnen doen om een blijkbaar naderend onheil af te wenden. En dat het goed is om in ieder geval iets te doen. Weer ietsje meer dan gisteren. Want er is een blijkbaar naderend onheil, en het onhandige aan dit blijkbaar naderende onheil is dat ik het niet kan voelen aankomen. De leiding van de bijeenkomst beweerde met veel stelligheid, en om haar vechtervaring geloof ik meteen, dat het onheil dat je niet kunt voelen het gevaarlijkste en grootste onheil is.

Dat het grootste gevaar maar liever onvoelbaar is, zou zomaar een overlevingsmechanisme kunnen zijn. Maar ik vind dat een ingewikkeld kompas; als ik het niet kan voelen, hoe kan ik het dan onderscheiden van al die andere dingen die ik niet kan voelen? Ik kan bijvoorbeeld het nederende onheil dat uitgaat van de maan, als in de maan wellicht ook een naderend onheil schuilt, ook niet voelen.

donderdag 11 juli 2013

lupinebonen

Echt hoor, het is niet mijn onwil dat ik geen vegetariër ben. Ik wil dat heus wel. Maar ik vind het moeilijk; ik vind het moeilijk omdat vegetariër worden veel heviger op mijn sociale leven ingrijpt dan andere drastische beslissingen die ik nog kan nemen of al genomen heb. Stoppen met koffie drinken: eitje. Stoppen met roken: piece of cake. Stoppen met alcohol: eveneens koekie. Stoppen met zaniken: ook niet echt moeilijk. Maar stoppen met vlees, allemachtig, dat is echt moeilijk. Waarschijnlijk is vlees geen verslaving, zoals al die andere dingen, waarmee het zo makkelijk was om te stoppen of nog te zullen gaan stoppen. Misschien geldt dit alleen voor mij, maar mijn sociale omgeving is nogal vlezig.

Te stoppen met zaniken, koffie drinken, roken en alcohol drinken is zo makkelijk omdat het meteen effect heeft: ik en velen met mij vinden mijzelf een prettiger persoon zonder mijn gezanik, mijn koffiestress, de asbaksmaak en het gelal. Maar zonder vlees word ik op geen enkele manier een prettiger persoon. Sterker nog: ik isoleer me van de gezelligheid, en ik geloof ook in Piet Vrooms bewering dat vlees vrolijk stem, en groente rustig, of depressief. 

Ik heb voorlopig nog ingezet op vleesvervangers. Ik was daarom zeer hoopvol over de Vegetarische Slager, de naam zegt genoeg. Het leuke vind ik de oud-Hollandse lupinebonen die hij verwerkt, in plaats van soja, wat uiteraard een suspecte bisnis is, die soja. De recensies over deze Slager zijn zeer lovend; met name het prijswinnende gehackt (op de afbeelding is het nog gespeld als gehakt, maar dat is het niet, daarom heet het waarschijnlijk, nogal artistiek, gehackt). Men zei dat de gehackt niet van echt te onderscheiden is, en ik als argeloze koper denk dan dat het niet van gehakt te onderscheiden is. Wel nu: het is niet te onderscheiden van vleesvervanger. En de smaak ervan is walgelijk.

zondag 30 juni 2013

groene-zeepvloer

Ik had nogal hoge verwachtingen van mijn met groene zeep ingesmeerde betonnen vloer; ik vond het advies dat ik hierover kreeg zo bizar en zo obscuur tegelijk, dat het - in mijn ogen - wel een succes moest worden. Dat advies ging als volgt: ik vroeg aan C, de behoorlijk eigenwijze Vlaming de bij Eco-Logisch de kassa aanslaat en daardoor een ecologische bouwspecialist lijkt, of hij een goede oplossing wist voor een egaline vloer met vloerverwarming eronder. Ik heb gehoord over iemand die een betonnen vloer met groene zeep deed insmeren, zei C, en uiteraard was ik meteen totaal geïnspireerd.

Ik had een chemisch of biologisch effect verwacht; dat de vloer de zeep zou binden tot een diepzinnige kwetsbare structuur, die een adembenemend zachte glans zou krijgen, alsof de vloer al eeuwen was betreden door de knieën en lippen van duizenden gelovigen. Maar totnogtoe bleef de vloer precies was het was: een betonnen vloer die is ingesmeerd met groene zeep. Drassig. En geurig.

Bovendien maakte ik me, vooraf al, zorgen over het totale verpesten: als er eenmaal groene zeep op de vloer zat, zou geen enkele vloer ooit meer hechten. Groene zeep is definitief en voor het leven, zeker als de waardedaling van het huis, door de vloer van groene zeep, meegerekend wordt. Maar vandaag ging ik de groene-zeepvloer dweilen met lauw water. Zoals te verwachten kwam de groene zeep in de emmer, en kon ik de rest van de verdieping met groene-zeepsop blinkend schrobben. Ik weet iemand die zijn vloer insmeerde met pindakaas.

zaterdag 29 juni 2013

wakduiken

Een weldenkende Groen-linksstemmende heer met wie ik goed bevriend ben, beweerde dat er niks mis is met het kapitalisme, want dat is gewoon Darwin. Survival of the fittest = survival of the richest. Ik ben helemaal geen kenner van wat Darwin gezegd en bedacht heeft. Het is gewoon de natuur, dat lijkt de heer te bedoelen. Ik denk alleen dat de natuur complexer en subtieler is dan die ene zin met die moeilijk te vertalen superlatief.

Ik ben niet zo dol op de Amsterdamse zwembaden. Nouja, het Flevoparkbad is schattig, volgens Femke Halsema zelfs de mooiste plek van Amsterdam. Het is er ook schattig, vanwege de ligweides en ruisende bomen en de hardblauw betegelde baden en de scherpe, zomerse geur van het chloor. En het Amsterdamse Sportfondsebad Oost is bijna net zo monumentaal als het Zuiderbad, maar die binnenbaden zijn allebei eigenlijk niet leuk voor kinderen. Bovendien is daar op de dagen dat ik spontaan met mijn kinderen wil zwemmen (woensdagmiddag bijvoorbeeld) iets te vaak geen recreatiezwemmen, maar bijvoorbeeld zwemles.

Afgelopen woensdag ontdekte ik zwembad de Breek, in Landsmeer. Stichting Zwembad de Breek houdt dit zwembad, weer of nauwelijks weer, dagelijks open, ook als er maar vijf bezoekers zijn. Dat doet Anneke, die bij deze geringe drukte ook de ijsjes verkoopt, de kassa beheert, met een gieter de spinnenwebben van de douches sproeit en op andere dagen de pers te woord staat over wakduiken (filmpje links op de website van de Breek). Het is een paradijsje. En geen muziek! roept Lucie blij. Hopelijk is dit geen natuur. Of in ieder geval geen Darwin.

dinsdag 25 juni 2013

zóóóóó twintigste eeuw

Deze zomer ga ik vliegen met het vliegtuig: eerst van Rotterdam naar Faro, en een week later van Faro naar Eindhoven. De tickets zijn emails, die ik electronisch betaald heb. Mijn kinderen reizen met me mee; ik verwacht dat ze bij me in de buurt zullen zitten, in het vliegtuig, maar ik weet niet of dat ook zo is. Ik heb de email nog niet zo goed bestudeerd, dat ik dat nu dus ook wéét.

Wij hebben ook een auto. Een Škoda, die onderhouden wordt door een Škodabedrijf in Amstelveen. Dankzij onze Škoda ben ik met regelmaat in Amstelveen. Een vreemd, dood hoekje van Amsterdam vind ik dat: Amstelveen. Men is maar binnen gaan zitten, omdat de zon daar elke twintig seconden verduisterd wordt door een vliegtuigbuik die de boomtoppen raakt. En een lawaai dat dat maakt. Vliegen, ik vind het zóóóóó twintigste eeuw!

De vliegtickets, ook bij cheaptickets op het internet nog een enorme smak geld, worden betaald door mijn ouders, wat ik een geweldig kado vind. Mijn kinderen zijn heel erg blij, omdat ze nu ook een keer naar het buitenland gaan (ze vinden België, Duitsland en Italië niet echt buitenland). En ook een keer vliegen dus. Het is weliswaar zóóóóó twintigste eeuw, maar het is toch ook wel een grappig pretpark, dat vliegen.

zaterdag 22 juni 2013

genaaid

Mijn vrouw en ik, wij zijn een middelbaar echtpaar. Ik begin te ontdekken wat dat is, een middelbaar echtpaar zijn. Wij zijn geen achttien meer, was eerst het ironische grapje. Wij zijn geen dertig meer, is nu de eenvoudige realiteit. En laat ik voor mezelf spreken: ik kan niet meer doorgaan voor dertig. Daarvoor mors ik te vaak op lichte kleding die ik draag over mijn buik, die geen sixpack is. Misschien idealiseer ik mijn dertigertijd; ik herinner me vooral dat gemors niet.

Kleding kopen in een ijltempo, dat vind ik ook tamelijk middelbaar, in preferred shops, die kleren verkopen die aan nogal wat eisen voldoen. Ik kocht mijn kleren vandaag bij Nukuhiva, omdat tamelijk zeker weet dat ik de kleren daar mooi en comfortabel vind en omdat ze claimen zo min mogelijk kwaad te doen. In de kledingindustrie gaan de dingen vaak wat onzorgvuldig, en het lijkt alsof dit winkelen daartegen helpt. Althans, zo voelt het, misschien. Afgezien van het personeel waren wij - het middelbare echtpaar - de jongste bezoekers. Nukuhiva is waarschijnlijk te duur voor jonge mensen, en wegens al die middelbare echtparen ook kapot saai en zeg maar: dood.

Ik moet hier even aan wennen. En ik weet ook nog niet of ik dit mijn beleid wordt: snel winkelen in preferred shops. Het voelt namelijk ook alsof ik ontzettend genaaid word. Dat gevoel ontstond pas, toen iemand achter de toonbank vertelde dat haar boek óók door Floortje was uitgegeven. Floortje Dessing. Nukuhiva is een winkel van Floortje Dessing. Wat is dat aan Floortje Dessing en andere beroemde Nederlanders van de televisie, dat ik meteen denk dat ik genaaid word?

zondag 19 mei 2013

sympathieke slager

Gisteren was ik op bezoek bij een dierbare vriendin van mij, in haar huis, waar ik alweer jaren niet geweest was, en dat achter de gevel opeens een totaal nieuw huis geworden bleek te zijn. Zij en haar man zijn erg goed in het vormgeven van huizen. Blijkbaar kunnen ze het niet laten om dat steeds opnieuw ook met hun eigen huis rigoureus en op het oog ook onbekommerd (onbekommerd over de kosten van de verbouwing) opnieuw op te bouwen. En dan wordt het mooi en ook nog beter.

Beter in de zin dat er, anders dan vorige keer dat ik er was, een buffervat van enkele kubieke meters water in het souterrain staat, die de warmte opslaat die 's zomers op de zonnecollectoren valt en op andere momenten uit tien kuub hout dat in de houtvergasser wordt verstookt. En zo meanderend komt men te spreken over een ieders particuliere bijdrage aan het milieu.

En opeens werd het gesprek een beetje onaangenaam. Het ging over vegetariër zijn of niet. Ik ben geen vegetariër, omdat ik investeer in een relatie met een in mijn ogen sympathieke slager. Bovendien houden mijn gezinsleden - en laat ik maar toegeven: ikzelf ook - zoveel van vlees eten, dat we dat omwille van het milieu niet (helemaal) willen opgeven. Het milieu is een mensenkwestie, en ik vind mijn oplossing, bij gebrek aan beter, zeer elegant. Het gesprek werd onaangenaam, omdat zorg voor de omgeving opeens een wedstrijd werd. Waar ikzelf natuurlijk aan meedeed, want een wedstrijdje winnen, daar ben ik helemaal niet vies van.