Archiefstuk nummer 7 zijn twee spulletjes van Izaak Willem Almekinders, mijn overgrootvader. Ik heb uit de overleveringen begrepen dat I.W. nogal zwijgzaam was, en als ik om een verhaal verlegen zit, vertel ik dat hij dat dat religieuze zwijgzaamheid was, op grond van een of ander nogal letterlijk geïnterpreteerde oudtestamentische Bijbeltekst. De hoed droeg hij op de trouwerij van mijn ouders. Nu zit die in de verkleedkist van mijn dochter, voor als ze goochelaar of cowboy speelt.
Deze week moet ik tussen duizenden mensen opvallen, in de kantine van de Leeuwenburg van de HvA. Die kantine is groot; biedt vermoedelijk plaats aan honderden mensen die kunnen zitten, maar daartussen is heel veel ruimte om te kunnen staan. Hoe vinden we je dan? vroegen studenten mij. En eentje: kun je geen hoed opzetten? Dat leek me wel een goed idee.
Zodoende zat ik gisteren met de hoed van I.W. op in de kantine. Ongeveer de helft van de studenten met wie ik daar afgesproken had was aanwezig. Toen ik later een afwezige vroeg wat er misgegaan was, zei die: ik was op zoek naar een kale man.
Posts tonen met het label *digitaal archief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *digitaal archief. Alle posts tonen
dinsdag 3 september 2013
maandag 2 september 2013
Joopy poppie
Archiefstuk nummer 6 is een groep poppen, al dik twintig jaar samen in een doos, hier op tafel uitgestald, in elkaars poppenarmen: bovenste rij vlnr: Dick de Haas (wi), ? Krijgsman (sk), Henk Klijn (conrector), onderste rij, vlrn: John Leber (claviger), John Schoenmaker (lo) en Gerard Reijnders (gs). Inderdaad, het lijkt wel alsof er pis staat, op de foto, maar dat was een onderdeel van de shawl van Schoenmaker, waarop stond: Joopy Poppie (fan Pisa). De man die met deze pop geparodieerd werd gaf gymnastiek op een gymnasium, dus logisch dat hij uitgebeeld werd als een analfabeet.
Dit waren enkele van de leraren van het gymnasium dat ik bezocht; we hadden van nog veel meer poppen gemaakt, maar mijn mede-poppenspeler heeft de zijne al jaren geleden weggegooid. Er is ook een (super-8 geluids)film gemaakt, van ons, terwijl we de poppen onze leraren belachelijk laten maken; helaas volstrekt onverstaanbaar.
Ik heb de reünie van dat gymnasium, dit weekend, gemist, wegens een sterfgeval en wegens een ijskast, die overigens uiteindelijk weer tot leven kwam. Zouden Dick, ?, Henk, John, John en Gerard belangstelling hebben voor zichzelf op popformaat?
Dit waren enkele van de leraren van het gymnasium dat ik bezocht; we hadden van nog veel meer poppen gemaakt, maar mijn mede-poppenspeler heeft de zijne al jaren geleden weggegooid. Er is ook een (super-8 geluids)film gemaakt, van ons, terwijl we de poppen onze leraren belachelijk laten maken; helaas volstrekt onverstaanbaar.
Ik heb de reünie van dat gymnasium, dit weekend, gemist, wegens een sterfgeval en wegens een ijskast, die overigens uiteindelijk weer tot leven kwam. Zouden Dick, ?, Henk, John, John en Gerard belangstelling hebben voor zichzelf op popformaat?
dinsdag 27 augustus 2013
surpriseërvaring
Morgen zijn de eerste filmopnamen van de avondvullende animatiefilm de Heilige Geest, die zich bijna helemaal afspeelt in de woestijn, waar uiteraard de zon schijnt, want dat is de aard van de woestijn. Die woestijn met zon is morgen hier op IJburg; het is dus een belangrijke opnamedag. Wie weet hoe de zon er de rest van het jaar op woensdag bijstaat, de enige dag waarop opnames gemaakt kunnen worden door de hobbyregisseur(s)?
In het openingsshot moet duidelijk worden dat de film zich afspeelt in Egypte, dankzij een tempel, een beetje achteraf in beeld. En ik heb die tempel zojuist in elkaar gezet; zie boven. Deze tempel, wat mij betreft Egyptisch genoeg, voor een hobbyregisseur en -requisiteur, gemaakt van brandhout uit de tuin en een oude Sinterklaassurprise. Het is handig om surpriseërvaring te hebben, als hobbyrequisiteur.
En wat ook erg handig is, is dat de verzonken-kopparkers, de zwarte Ecola en de Lionse kwast direct voor het grijpen lagen. Dit hier, deze Egyptische tempel, is een interessant archiefstuk (nummer 6). Het is namelijk alleen maar gemaakt ter digitalisering. Morgen, na de geslaagde opnames (HD!), zal archiefstuk nummer 7 terug gedaan worden bij het brandhout.
In het openingsshot moet duidelijk worden dat de film zich afspeelt in Egypte, dankzij een tempel, een beetje achteraf in beeld. En ik heb die tempel zojuist in elkaar gezet; zie boven. Deze tempel, wat mij betreft Egyptisch genoeg, voor een hobbyregisseur en -requisiteur, gemaakt van brandhout uit de tuin en een oude Sinterklaassurprise. Het is handig om surpriseërvaring te hebben, als hobbyrequisiteur.
En wat ook erg handig is, is dat de verzonken-kopparkers, de zwarte Ecola en de Lionse kwast direct voor het grijpen lagen. Dit hier, deze Egyptische tempel, is een interessant archiefstuk (nummer 6). Het is namelijk alleen maar gemaakt ter digitalisering. Morgen, na de geslaagde opnames (HD!), zal archiefstuk nummer 7 terug gedaan worden bij het brandhout.
donderdag 22 augustus 2013
Bartje Bartels
Archiefstuk nummer 4 is een misschien omwille van het materiaal waarvan het gemaakt is de moeite waard om te bewaren. Namelijk: libosteen. Mijn dochter vindt wel eens drijvende stenen in het IJmeer, die ze dan puimstenen noemt. Toen ze mijn inmiddels 35 jaar oude maaksel zag zei ze: hee, is dat puinsteen?
Maar nee, het is dus libosteen. Ik heb mij laten vertellen (of ik heb het zelf verzonnen, dat kan ook), dat libosteen inmiddels verboden is: dezelfde categorie als asbest. Als ik de waarheid over libosteen via Google boven tafel wil krijgen, krijg ik extreem weinig hits op libosteen, en de helft daarvan is voor een of andere Amerikaan in het rijtje Ted Chambers en Jack Roth: Lib Osteen. En verder andere kunstwerken van libosteen.
Ik vind van alle werken van libosteen die er op internet te vinden zijn, de mijne de beste. Ik heb altijd al toegepaste kunst gemaakt; dit is een boekensteun, voorstellende Bartje Bartels die uitrust (want gemaakt in Drenthe). Boeken steunt Bartje niet, want daarvoor is libosteen te licht. Valt het boek om, dan schuift de rustende Bartje Bartels opzij, eventueel van de boekenplank af. Een val, die hij tot nu toe altijd overleefd heeft. Maar zijn laatste val, zo dadelijk, die gaat hij niet overleven.
Maar nee, het is dus libosteen. Ik heb mij laten vertellen (of ik heb het zelf verzonnen, dat kan ook), dat libosteen inmiddels verboden is: dezelfde categorie als asbest. Als ik de waarheid over libosteen via Google boven tafel wil krijgen, krijg ik extreem weinig hits op libosteen, en de helft daarvan is voor een of andere Amerikaan in het rijtje Ted Chambers en Jack Roth: Lib Osteen. En verder andere kunstwerken van libosteen.
Ik vind van alle werken van libosteen die er op internet te vinden zijn, de mijne de beste. Ik heb altijd al toegepaste kunst gemaakt; dit is een boekensteun, voorstellende Bartje Bartels die uitrust (want gemaakt in Drenthe). Boeken steunt Bartje niet, want daarvoor is libosteen te licht. Valt het boek om, dan schuift de rustende Bartje Bartels opzij, eventueel van de boekenplank af. Een val, die hij tot nu toe altijd overleefd heeft. Maar zijn laatste val, zo dadelijk, die gaat hij niet overleven.
woensdag 21 augustus 2013
B-klasse
![]() |
| v.l.n.r.: Sylvie, Quaal, Joris, onbekend, Ducker (?), Haas, onbekend, Dadoem en Vleerbeer |
Dat Pang Sjor kwijt is, of weg, hoe zeg je zoiets, is geen reden om de B-klasse knuffeldieren te bewaren als vervangers die nooit helemaal Pang Sjor kunnen vervangen. Tot ik ze vandaag allemaal door mijn handen liet gaan, hadden ze in een vuilniszak in een verhuisdoos gezeten. Er zaten er enkele bij die ik zelfs helemaal niet kende, of alleen zo vaag; hun aanschaf destijds was alleen nog maar een voornemen, of deze knuffels ook ooit een naam gekregen hebben, dat weet ik niet. C-klasse. Die heb ik direct in de vuilnisbak gegooid.
Ik heb nu een ladenkast in gebruik genomen, waar de B-klasse knuffels TIJDELIJK in opgeslagen mogen worden. Er is namelijk nog een voornemen, voordat de B-klasse ook in de vuilnisbak mag. Dat voornemen is dat elke knuffel op zijn of haar allerontroerendst moet worden gefotografeerd, en dat in het digitale archief hun hele verhaal verteld wordt.
dinsdag 20 augustus 2013
trots en schaamte
Archiefstuk nummer 2 is mijn afstudeerwerk, de door het Delfts Universitair Fonds betaalde Jubal, een ergonomisch strijkinstrument. Ik moet zeggen, de foto's die ik van het gredrocht heb weten te maken zijn best esthetisch; de foto's zijn esthetischer dan het instrument zelf. En ik heb 'm ook al verkocht, voor de vraagprijs. In natura, dat dan weer wel.
En terwijl ik dit schrijf, met name toen ik Delfts Universitair Fonds schreef, bedenk ik dat ik dit ding misschien helemaal niet mag verkopen, formeel juridisch of toch op zijn minst uit galanterie. Ik zou het ding eerst aan het Delfts Universitair Fonds moeten aanbieden. Of aan de maker, de Apeldoornse vioolbouwer wiens naam ik vergeten ben. Of aan de, door mijzelf aangezochte, opdrachtgever: de Middelburgse vioolbouwer Johan Jacobs.
Zo nuttig is het om een archief te digitaliseren: het blijkt niet alleen om sentimentele redenen - een soort combinatie van trots en schaamte - en om gierigheid dat al die spullen maar aan mij blijven kleven, al die jaren lang. Het is ook omdat er onduidelijkheid is over wiens eigendom het nou werkelijk is. Iets wat ik bijvoorbeeld vijf jaar geleden van iemand anders leende, dat kan al helemaal niet weggegooid worden.
En terwijl ik dit schrijf, met name toen ik Delfts Universitair Fonds schreef, bedenk ik dat ik dit ding misschien helemaal niet mag verkopen, formeel juridisch of toch op zijn minst uit galanterie. Ik zou het ding eerst aan het Delfts Universitair Fonds moeten aanbieden. Of aan de maker, de Apeldoornse vioolbouwer wiens naam ik vergeten ben. Of aan de, door mijzelf aangezochte, opdrachtgever: de Middelburgse vioolbouwer Johan Jacobs.
Zo nuttig is het om een archief te digitaliseren: het blijkt niet alleen om sentimentele redenen - een soort combinatie van trots en schaamte - en om gierigheid dat al die spullen maar aan mij blijven kleven, al die jaren lang. Het is ook omdat er onduidelijkheid is over wiens eigendom het nou werkelijk is. Iets wat ik bijvoorbeeld vijf jaar geleden van iemand anders leende, dat kan al helemaal niet weggegooid worden.
maandag 19 augustus 2013
zonnebloem
Ik ben mijn archief aan het opruimen en ik probeer, waar mogelijk, dat archief om te zetten in een digitaal archief. Een digitaal archief neemt oneindig veel minder ruimte in dan een concreet archief. De tijd is aangebroken om alle concrete archieven te vernietigen, en die te vervangen door digitale archieven, maar: met zorg. Men moet onder ogen zien dat een digitaal archief echt anders is dan concreet archief. Ik denk dat bij een digitaal archief een verhaal hoort, dat het concrete archief misschien uit zichzelf vertelt.
Hier is het verhaal van archiefstuk nummer 1, dat ik na digitale archivering, tenzij andere erfgenamen protesteren, wil wegdoen. Wegdoen: ik verwacht niet dat marktplaats er interesse in heeft (maar waarom niet even geprobeerd?), dus dat betekent dan naar het oud-ijzer. Of het oude aluminium, want dit beeld is van aluminium.
Ik zou dit werk de titel Zonnebloem geven. Het idee is best aardig, voor in mijn toekomstige tweede huis in de bergen van Brazilië, ontworpen door Oscar Niemeyer, omdat diens architectuur het volgens mij goed doet met werken van Nieuwe Wilden, waarvan deze Zonnebloem er - volgens mij - een is. Ik erfde of roofde dit beeld uit de nalatenschap van een man die van Nieuwe Wilden hield, en ik dacht, als ik mijn Braziliaanse tweede huis verworven hem, dan maakt ik het Zonnebloemenwerk gewoon na. Echt moeilijk is dat niet. Het is bijna: dat kan mijn dochter van vier ook wel.
Hier is het verhaal van archiefstuk nummer 1, dat ik na digitale archivering, tenzij andere erfgenamen protesteren, wil wegdoen. Wegdoen: ik verwacht niet dat marktplaats er interesse in heeft (maar waarom niet even geprobeerd?), dus dat betekent dan naar het oud-ijzer. Of het oude aluminium, want dit beeld is van aluminium.
Ik zou dit werk de titel Zonnebloem geven. Het idee is best aardig, voor in mijn toekomstige tweede huis in de bergen van Brazilië, ontworpen door Oscar Niemeyer, omdat diens architectuur het volgens mij goed doet met werken van Nieuwe Wilden, waarvan deze Zonnebloem er - volgens mij - een is. Ik erfde of roofde dit beeld uit de nalatenschap van een man die van Nieuwe Wilden hield, en ik dacht, als ik mijn Braziliaanse tweede huis verworven hem, dan maakt ik het Zonnebloemenwerk gewoon na. Echt moeilijk is dat niet. Het is bijna: dat kan mijn dochter van vier ook wel.
Abonneren op:
Posts (Atom)






